Verdedig de rechtsstaat in heel Europa

opinieartikel, NRC 13 mei 2019

Partijpolitiek is lang boven loyaliteit aan Europese waarden gegaan, schrijft Judith Sargentini. Kies voor Europarlementariërs die in actie komen voor fundamentele beginselen van rechtsstaat en democratie.

De Hongaarse premier Viktor Orbán (rechts) heeft vice-premier Matteo Salvini van Italië (met verrekijker) op bezoek bij een hek op de grens met Servië.
De Hongaarse premier Viktor Orbán (rechts) heeft vice-premier Matteo Salvini van Italië (met verrekijker) op bezoek bij een hek op de grens met Servië. Foto Balazs Szecsodi/AFP

Nadat het Europees Parlement mijn rapport over de systematische bedreiging van de rechtsstaat in Hongarije had aangenomen, is actie om Hongarije weer op het juiste pad te krijgen uitgebleven. Zowel bij de Europese Commissie als bij de ministers van de EU-landen. Dat maakt het belangrijker dan ooit om te gaan stemmen op 23 mei. Het is cruciaal dat het nieuwe Europees Parlement bestaat uit volksvertegenwoordigers die de rechtsstaat respecteren en verdedigen daar waar die onder druk staat in onze Unie. De tijd dringt: regeringen die de rechtsstaat schenden zitten nu al aan tafel bij Europese besluiten die ook ons raken.

Strafprocedure

Een recent voorbeeld: vorige week vierde premier Orbán vijftien jaar EU-lidmaatschap door de Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken, Salvini, uit te nodigen samen het hek aan de Servische grens te inspecteren. Aan die grens zijn twee detentiecentra voor asielzoekers: iedere vluchteling die asiel aanvraagt, wordt daar zonder pardon opgesloten. Sinds de zomer droeg het Europees Mensenrechtenhof Hongarije al dertien keer op om het uithongeren van asielzoekers in deze centra te stoppen.

Er is niet genoeg gedaan om de ontwikkelingen in Hongarije te keren. Na de oproep van het Parlement pakte de Europese Commissie niet door. Zij startte weliswaar inbreukprocedures bij specifieke juridische problemen, maar een Artikel 7-procedure, het krachtigste instrument om het stelselmatig ondermijnen van de EU-waarden een halt toe te roepen, kwam er niet. Ook de overige 27 lidstaten zijn lange tijd stil gebleven. Het resultaat is dat Orbán vrij spel kreeg om zijn ‘illiberale democratie’ uit te rollen. Dit heeft niet alleen ernstige gevolgen voor Hongaarse burgers, maar ook voor de inwoners van andere landen die het voorbeeld van Hongarije lijken te volgen, zoals Polen en Roemenië.

Partijpolitiek boven democratische waarden

Vanwaar het gebrek aan daadkracht? Het onderliggende probleem is dat politici liever wegkijken dan hun collega’s confronteren, wanneer de rechtsstaat met voeten wordt getreden. De rechtsstaat heeft het te lang afgelegd tegen partijpolitiek. Dat wordt zichtbaar in het feit dat de Commissie wél tot actie overging toen de situatie in Polen verslechterde. De 28 Eurocommissarissen zijn in grote meerderheid lid van de twee grootste Europese politieke families: de Europese christendemocratie waartoe het CDA, en nog steeds de partij van Orbán, Fidesz, behoort (EVP), en de sociaal-democraten waartoe de PvdA, en de Roemeense regeringspartij PSD, behoort (PES). De Poolse regeringspartij zit in een andere politieke familie.

De tweederde meerderheid voor mijn rapport was dan ook alleen mogelijk dankzij een doorbraak. Een deel van de christendemocratische parlementsleden doorbrak eindelijk het taboe om een eigen ‘familielid’ terecht te wijzen. Gedwongen tussen een keuze voor loyaliteit aan Orbán of aan de fundamenten van de Unie, kozen zij in meerderheid voor het laatste.

Het is nog steeds wachten op eenzelfde doorbraak in de Raad van Ministers waar de 28 lidstaten zich verenigen. Zij zijn aan zet om Hongarije te helpen terug te keren naar een gezonde democratische rechtsstaat. De opeenvolgende roulerende voorzitters van de EU, Oostenrijk in de laatste helft van 2018 en Roemenië tot aan de zomer, hebben bijgedragen aan de lakse houding van de Raad. De Oostenrijkse regering, een coalitie van christendemocraten en de extreem-rechtse FPÖ, en de sociaal-democratisch-liberale Roemeense regering hebben sympathie voor Orbán. De hoop is nu gevestigd op het Finse voorzitterschap in de tweede helft van dit jaar.

Het probleem is dat EU-landen toevlucht zoeken in een procedurele en detaillistische aanpak van overtredingen van EU-recht, om zo geen oordeel te hoeven vellen over het totaalbeeld van afglijdende rechtsstaten. Op voorstel van België wordt er gewerkt aan een jaarlijkse rechtsstaat-check, dat moeten onderlinge controles worden door EU-lidstaten. Maar die vinden achter gesloten deuren plaats en de resultaten worden niet openbaar gemaakt. Ik acht het onwaarschijnlijk dat Orbán zich van zo’n geheime visitatie iets aantrekt.

Druk uitoefenen

Uiteindelijk is er politieke moed nodig om lidstaten voor het blok te zetten en positie te kiezen. Dat betekent dat het Finse voorzitterschap of andere voortrekkers het initiatief moeten nemen om verder te gaan dan procedurele en juridische oefeningen die lidstaten van een excuus voorzien om om de hete brij heen te draaien. Zoals een stemming in het Europees Parlement de christendemocratische familie dwong om positie in te nemen, is het ook in de Raad tijd om rode lijnen te trekken.

De politieke druk om deze moeilijke stap te zetten moet zo hoog mogelijk worden. Daarom is ook de samenstelling van het nieuwe Europese Parlement cruciaal. Een parlement gevuld met meelopers van Orbán en Salvini is het ultieme cadeau voor regeringsleiders die lastige besluiten willen vermijden. Een Parlement dat via haar begrotingsrecht en wetgevingsmacht zo veel mogelijk druk blijft zetten op respect voor de uitgangspunten van het EU-verdrag, kan wellicht een doorbraak forceren. Ook voor de toekomst van de rechtsstaat doet uw stem er dus toe op 23 mei.

In september vorig jaar haalde GroenLinks-Europarlementariër Judith Sargentini de voorpagina’s, toen een tweederde meerderheid van het Europees Parlement instemde met haar rapport over de „systematische bedreiging” van de rechtsstaat in Hongarije. Het Parlement riep de Europese Raad op een strafprocedure (‘Artikel 7’) tegen Hongarije te starten.

Judith Sargentini is Europarlementariër (GroenLinks) en niet herkiesbaar. Dit is een ingekorte versie van de Europalezing die ze 9 mei aan de Universiteit Leiden hield.