Judith Sargentini van Artsen zonder Grenzen was in Ter Apel: ‘Er zaten mensen met kogels nog in hun lijf’

Nooit heeft Artsen zonder Grenzen in actie hoeven komen in Nederland. Tot afgelopen jaar. In augustus, midden in de hete zomer, vond directeur Judith Sargentini (48) zichzelf terug in Ter Apel bij het aanmeldcentrum voor asielzoekers. ‘Het liep zo gigantisch uit de hand.’

Parool, Marcel Wiegman, 15 december 2022.

Judith Sargentini, directeur Artsen zonder Grenzen: ‘Oekraïners kregen alle ruimte. Ik vind dat heel cynisch. Er wordt onderscheid gemaakt in de plek waar je vandaan komt om te wegen op hoeveel opvang je recht hebt.’
 Beeld Chris en Marjan
Judith Sargentini, directeur Artsen zonder Grenzen: ‘Oekraïners kregen alle ruimte. Ik vind dat heel cynisch. Er wordt onderscheid gemaakt in de plek waar je vandaan komt om te wegen op hoeveel opvang je recht hebt.’Beeld Chris en Marjan

Het jaar van

Dit is de eerste aflevering van een serie eindejaarsinterviews waarin wordt teruggeblikt op 2022. Lees hier alle afleveringen terug.Waar was u?

“Ik was op vakantie toen begon door te dringen dat wij een rol te spelen hadden in Ter Apel. Het Rode Kruis zat er al een paar weken. Die deden wat ze konden, maar meer dan EHBO kunnen ze daar ook niet bieden. Ik zat in Dresden en zei tegen mijn vriend: zullen we maar vast een beetje richting het westen opschuiven?”

Elke dag het belangrijkste nieuws vanuit Amsterdam.

Wat dacht u?

“Eerst denk je: mooi niet. Wij hebben een verantwoordelijke overheid die de capaciteit heeft om dit zelf op te lossen. Maar wij hebben hier professionals rondlopen die dan zeggen: het zal allemaal wel dat jij vindt dat het niet hoort, maar het moet wel. Iedereen kon zien wat daar gaande was. Dan denk je: wat een schande. Ik was, zeg maar, onderkoeld kwaad. Wij hadden daar niet moeten hoeven zijn.”

Wat kunt u zich van het kamp herinneren?

“De stank. De overlopende dixies. Ik was ervoor gewaarschuwd en dat was maar goed ook, want voordat ik aankwam moest ik nog even plassen. Ik dacht: even een zijstraat in, even in de bosjes. Het stonk er echt. Het was druk. Mensen zaten onder afdakjes. Ze waren vies. Sommigen sliepen er al drie weken. Het was een mooie augustusdag, ik denk dat het dertig graden was. Gelukkig had het Rode Kruis, dat al een tijdje aanwezig was, zonnebrandcrème voor ons.”

“Voor de deur zag je mannen. Een vervelend plaatje, want dan denken mensen: daar zitten dus alleen maar alleenstaande mannen. Maar de vrouwen en kinderen zaten achter het hek en kregen net zo goed niks. Er stond zo’n snackkeet van de plaatselijke voetbalclub, van waaruit ze af en toe bakjes friet en andere rommel aangereikt kregen. Er stonden vier van die gezellige blauwe schelpen, waar kinderen met zand en water in kunnen spelen. Hier werden ze gebruikt om je te wassen. We begonnen meteen met triage: wie komt het eerste aan de beurt.”

Hoe erg waren de mensen eraan toe?

“Op de eerste dag hebben we drie keer een ambulance laten komen. Voor een hartaanval, voor iemand die al een maand zijn medicijnen tegen suikerziekte niet had gehad. Er waren psychiatrisch patiënten die wel allerlei formulieren met recepten bij zich hadden, maar niet aan medicijnen konden komen.”

“Er zaten mensen met schotwonden. Soms zat de kogel nog in het lijf. Mensen die maanden hadden gelopen met stukke voeten. Als je dat niet schoon houdt en er komt prut in, krijg je infecties. De GGD waarschuwt nu voor schurft in studentenhuizen. Deze mensen hadden ook schurft. Geen wonder: ze konden zich niet wassen, ze hadden geen schone kleren en ze zaten boven op elkaar. Het waren geen vieze mensen, ze werden vies gemaakt.”

Wat deed u besluiten om in te grijpen?

“Wat ons altijd doet besluiten om ergens in te grijpen: als het leed te groot wordt en er door een overheid niet wordt geleverd, voelen wij ons aangesproken. Daar denken we altijd heel goed over na, want wij werken met fondsen van particulieren en die kun je ook elders in de wereld inzetten. Maar het liep zo gigantisch uit de hand.”

U heeft eerder vluchtelingenkampen gezien.

“In 2019 heb ik nog twee maanden in Niger gezeten, als vrijwilliger voor de UNHCR. Dat kamp was state of the art. Maar dit? Dit kende ik van de kampen op de Griekse eilanden. Wij hadden toch… Wij deden dit niet. Dat is raar, dat is heel raar. Het peil in Nederland zakt. De GGD in Groningen zei: wij zijn niet verantwoordelijk voor de mensen buiten het hek, wat heel gek is, want de GGD is verantwoordelijk voor de volksgezondheid. Er was ook nog covid, terwijl deze mensen met zijn allen in sporthallen en bussen werden gedouwd.”

U kende staatssecretaris Eric van der Burg van Asielzaken.

“Uit de Amsterdamse gemeenteraad. Ik zat er voor GroenLinks, hij voor de VVD. Wij hebben elkaar altijd gerespecteerd in onze werkzaamheden. Op de ochtend dat wij begonnen zei hij dat hij het erg vond dat dat nodig was, maar dat hij wel blij was dat wij er waren. Dat leek mij de juiste insteek.”

Kreeg u niet de neiging om hem te bellen en te zeggen: wat maak je me nou?

“Zo werk ik niet. Bovendien wist hij heel goed wat er speelde, want het ministerie liep op een gegeven moment de deur plat in Ter Apel. We hebben de overheid netjes gewaarschuwd dat we eraan kwamen.”

Was hij verbaasd dat u belde?

“Ik heb geappt. Wij nemen overal contact op met de overheid. Je kunt geen medische hulp verlenen en op een veldje van de overheid een mobiel ziekenhuis neerzetten en dan tegen diezelfde overheid zeggen: bemoei je er niet mee. Je moet het wel mogen doen. In Ter Apel hebben we een hospitainer neergezet, een zeecontainer op wielen. Op een plek waar toen al de noodtoestand gold. Daar moet je wel toestemming voor vragen.”

Hoe kon het zover komen?

“Door een gebrek aan politieke wil. Kijk naar het kamp in Calais, dat uitpuilt van de mensen die wanhopig naar Engeland proberen over te steken. Het is helemaal niet de bedoeling van de Franse overheid om het daar echt op te ruimen, want ze willen laten zien: kom niet naar hier, reken niet op ons, zoek het zelf maar uit.”

Dat vermoeden heeft u hier ook?

“Ja.”

Dat het bewust zo is gegaan?

“Niet het leed, wel de oploop. Toen ik na anderhalve week weer ging kijken was een deel van het hek verwijderd en stonden er mooie toiletten en douches, alles keurig aangesloten op het riool. Het kan makkelijk. Als je maar wil. De snelste verandering komt als de overheid zijn verantwoordelijkheid neemt. Wij willen ergens komen, wij willen ergens helpen en wij willen zo snel mogelijk weer weg. Soms lukt dat niet. Dan zit je zomaar dertig jaar in Congo, maar hier lukte het wel.”

Van der Burg klaagt dat hij geen opvangplekken kan vinden.

“Oekraïners kregen alle ruimte. Ik vind dat heel cynisch. Er wordt onderscheid gemaakt in de plek waar je vandaan komt om te wegen op hoeveel opvang je recht hebt. Dan hoor je in de Tweede Kamer: wij willen minder vluchtelingen. Ja, ik wil ook minder vluchtelingen, dat is het issue niet. Maar zoals we het nu organiseren, organiseren we alleen maar extra leed.”

Kon u nog goed slapen?

“Wij doen de hele dag niks anders dan dit. Of het nou in Jemen is, in Noord-Syrië of in de Centraal Afrikaanse Republiek. Het is niet per se zo dat als het leed dichterbij is, dat het dan groter leed is. Ik word daar niet emotioneel van. Het is mijn vak om ervoor te zorgen dat andere mensen ook zien dat het erg is wat er gebeurt en er wat aan gaan doen.”

Is dat een politieke opdracht?

“Wij worden gedreven door de nood om hulp te geven. Maar een principe van Artsen zonder Grenzen is ook dat je getuigenis aflegt als je er eenmaal bent, zodat anderen ook kunnen zien dat er grenzen worden overschreden die niet overschreden mogen worden. Wij laten zien wat de minimumvereisten zijn hoe je mensen moet behandelen. Wij hebben ook een boot op de Middellandse Zee waarmee we drenkelingen uit zee halen. Dat doen we omdat er anders nog meer mensen verzuipen. Wij helpen in detentiecentra in Libië. Hou je dan een systeem in stand? Misschien, maar die mensen hebben hulp nodig en wij kunnen tenminste nog vertellen wat we daar zien.”

Sluit u uit dat er in Nederland nog een keer ingegrepen moet worden?

“Ik ga daar niet over speculeren. Ik wil niet dat de Nederlandse overheid de indruk krijgt dat we nog wel een keertje hun werk gaan doen.”

null Beeld Chris en Marjan
Beeld Chris en Marjan

Terugblik

Mijn hoogtepunt “In april heb ik met een goede vriendin een langeafstandswandeling gemaakt in Zuid-Spanje, tussen Granada en Córdoba. Dat smaakte naar meer.”

Mijn dieptepunt “Dat Artsen zonder Grenzen voor het eerst in haar geschiedenis medische noodhulp moest bieden in Nederland.”

Persoon van het jaar “Arts Mohammed Saadulla, die als kind naar Nederland vluchtte en nu voor Artsen zonder Grenzen werkt. Hij had nooit verwacht dat dat in Ter Apel zou zijn.”

Wat zal u het meeste bijblijven? “De stank die me tegemoetkwam toen ik aankwam in Ter Apel.”

Wat hoopt u volgend jaar niet meer terug te zien? “Een onmenselijke behandeling van kwetsbare mensen op de vlucht.”

Judith Sargentini

13 maart 1974, Amsterdam

Studie Gymnasium aan het Amsterdamse Spinoza Lyceum en geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam

1991-1992 Bestuurslid Dwars (jongerenorganisatie GroenLinks)

1995-1996 Secretaris Landelijke Studenten Vakbond LSVb

1999-2009 (Duo)gemeenteraadslid Amsterdam voor GroenLinks (vanaf 2006 fractievoorzitter)

2000-2007 Nederlands Instituut voor Zuidelijk Afrika

2007-2009 Consultant voor Eurostep

2009-2018 Lid van het Europees Parlement

2017-2018 Rapporteur over Hongarije voor het Europees Parlement

2019 Vrijwilliger UNHCR in Niger

2020-heden Directeur voor Nederland van Artsen zonder Grenzen

Judith Sargentini woont samen in Amsterdam-Centrum.