Judith Sargentini stopt als Europarlementariër: ‘Iemand anders moet het maar proberen’

Judith Sargentini stopt als Europarlementariër. Ze heeft genoeg van de debatten zonder resultaat. Interview in Trouw, Christoph Schmidt, 10 september 2018.

Judith Sargentini (GroenLinks) stopt volgend jaar als Europarlementariër. Beeld ANP

Judith Sargentini (GroenLinks) stopt volgend jaar als Europarlementariër. Na twee termijnen van vijf jaar is ze niet meer verkiesbaar, zo maakt ze bekend in een vraaggesprek met Trouw. “Ik heb een jaar getwijfeld maar deze zomer de knoop doorgehakt. Ik heb mooie dingen bereikt, maar vooral op het onderwerp asiel en migratie is de motivatie aan het verdwijnen. Ik verwacht daar geen verbeteringen meer. Dus moet iemand anders het maar proberen.”

Sargentini (1974) heeft zich in het Europees Parlement, naast asiel en migratie, onder meer ingezet voor ontwikkelingssamenwerking en de aanpak van witwaspraktijken. Daarnaast is ze vicevoorzitter van een commissie over terrorisme.

GroenLinks heeft twee zetels in het huidige parlement. Bas Eickhout bezet de andere; hij voert in mei opnieuw de lijst van de partij aan. Naar verwachting boekt GroenLinks flinke winst. “Het zijn natuurlijk goede tijden voor mijn partij, dus daar wil je bij zijn, maar dat alleen − de angst om iets moois te missen − is niet de juiste motivatie.

Effectief

“Ik vind die debatten zonder resultaat niet leuk meer, vooral over asiel en migratie. Daarbij gaat het al een paar jaar alleen maar over ‘erger voorkomen’. Het komt neer op: ‘als ik hier nou nog een komma verplaats, of als ik dit punt maak over kinderrechten, dan weet ik iets ergs te voorkomen’. Ik heb nog steeds veel meningen over mensenrechten, maar denk niet dat ik daarmee nog effectief zal zijn.

“Toen ik gemeenteraadslid was in Amsterdam, moest ik op zeker moment afscheid nemen van het dossier onderwijs. Daarin had ik vaak conclusies getrokken als ‘hebben we al geprobeerd’ of ‘lukt toch niet’. Degene die het van mij overnam, ging het gewoon allemaal weer proberen en dan lukt het soms wel. Hopelijk gebeurt hetzelfde met asiel en migratie in Europa.”

Overmorgen hoopt Sargentini haar politieke hoogtepunt te beleven. Dan stemt het parlement in Straatsburg over haar rapport over de afglijdende rechtsstaat in Hongarije. Als een tweederde meerderheid instemt met dat rapport, moeten de EU-lidstaten overwegen een zogeheten artikel 7-procedure in gang te zetten tegen Boedapest. Zo’n proces, dat kan leiden tot tijdelijke schorsing van een lidstaat, loopt al een tijdje tegen Polen, vanuit de Europese Commissie. Als in de kwestie-Hongarije de eerste stap in zo’n procedure door het Europees Parlement wordt gezet, zou dat een primeur zijn.

Lef

“Het wordt heel spannend. Het is sowieso een morele overwinning want we zijn verzekerd van een ‘gewone’ meerderheid, maar of we tot twee derde komen? Dat kunnen we net halen, maar ook net niet, als een paar parlementariërs uiteindelijk niet het lef hebben om tegen partijlijnen in te stemmen.”

De parlementariërs van de christen-democratische EVP zullen de doorslag geven. De Fidesz-partij van de Hongaarse premier Orbán behoort tot die EVP, maar intern is de verdeeldheid over Orbáns antimigratie- en anti-EU-beleid groot.

Wat Sargentini na haar vertrek (volgend jaar zomer) gaat doen, weet ze nog niet. “Ik heb me laten vertellen dat er mensen zijn die doordeweeks naar de film gaan, ’s avonds, als ze klaar zijn met werken. Ik weet van niks. Dat zou ik best ook een keer willen. Maar daarna hoop ik gewoon weer een fijne baan te vinden in iets maatschappelijks. Want het moet wel nut hebben.”

Geld voor ontwikkeling lijkt vooral te gaan naar grensbewaking in plaats van armoedebestrijding. Laten we het anders doen, betoogde Judith Sargentini vorig jaar.

Migratie is een mensenrecht

Blog #3 voor OneWorld, 8 mei 2018

De Europese Unie probeert Nigeria te verleiden tot het terugnemen van Nigeriaanse migranten zonder papieren. Tijdens haar werkbezoek in Nigeria merkt Sargentini dat hier natuurlijk wel iets tegenover moet staan.

6683921221_843e47e434_b

Wij hebben een probleem en dat moeten we hardop durven zeggen. Onze mensen zullen altijd migreren, maar graag wel via een legale route”, zei Godwin Obaseki de gouverneur van Edo State tegen ons. Ik luister naam hem in Benin City, de hoofdstad van Edo State, het centrum van de Nigeriaanse migratie. De helft van alle migrerende Nigerianen komt daarvandaan.

Een aantal keer per jaar roostert het Europees Parlement een week in voor externe parlementaire activiteiten. Er zijn dan geen vergaderingen in Brussel of Straatsburg, en Europarlementariërs zoals ik kunnen dan werkbezoeken in eigen land afleggen, of met een officiële delegatie van het Europees Parlement op werkbezoek naar een ander land. Ik ben met de commissie Mensenrechten naar Nigeria gegaan, waar van alles aan de hand is: de terreurorganisatie Boko Haram, het conflict in de Nigerdelta, geweld tussen nomadische veehoeders en landbouwers. Het is mede daarom ook een land waar vandaan heel veel mensen naar Europa vertrekken.

De slavenmarkt

In Benin City, Edo State, in het Zuiden van Nigeria, spraken we de nieuwe gouverneur. Zijn kantoor in Benin City was een baken van rust en controle vergeleken met dat van de secretaris-generaal van het ministerie van Binnenlandse Zaken in Abuja, waar de vergadertafel in elkaar stortte en ik net op tijd een deskjet-printer op kon vangen. Het kantoor van de gouverneur was alsof Jan des Bouvrie eigenhandig de inrichting had verzorgd. De airco deed het en de powerpointpresentatie van de gouverneur was om een puntje aan te zuigen.

Nigeriaanse bestuurders hadden nooit veel oog voor de gevaarlijke kanten van de migratie, en zagen geen noodzaak om mee te werken aan het terugnemen van migranten. Zij zagen vooral de winst. Migranten – of ze nu papieren hebben of niet – sturen geld naar huis. Deze zogeheten ‘remittances’ van de Nigeriaanse diaspora vormen 4.4% van het BNP, en dat is een niet te verwaarlozen aandeel, zeker omdat de olieprijs de laatste jaren laag stond.

Maar de CNN-beelden van een slavenmarkt in Libië, waar Afrikaanse vluchtelingen worden verhandeld, waaronder veel Nigerianen, zijn ook in Nigeria hard aangekomen. Er zijn sinds november 2017 al enige duizenden migranten, met hulp van IOM, betaald door Europa, uit Libië teruggekeerd naar Nigeria. In Abuja en Benin City is er nu wel de bereidheid om met Europese lidstaten te praten over de terugkeer van Nigeriaanse migranten zonder papieren. Maar daar moet dan wel iets tegenover staan.

Retourvlucht

De Europese Unie investeert al enkele jaren in Nigeria, met het doel om de grondoorzaken van migratie aan te pakken. Uit het EU Noodfonds voor Afrika worden talloze projecten gefinancierd: van voorlichting aan schoolmeisjes over het risico verhandeld te worden voor de Europese seksindustrie, tot re-integratieprojecten voor migranten die terugkeren uit Libië. De Europese lidstaten proberen de Nigeriaanse overheid te verleiden tot een terugnameovereenkomst die het makkelijker maakt om Nigerianen vanuit Europa op een retourvlucht te zetten.

De gouverneur van Edo State wil de verantwoordelijkheid voor terugname wel nemen, maar is niet van plan om zijn mensen koste wat het kost tegen te houden als ze willen vertrekken. Ook de koning en spiritueel leider van Edo State, de Oba, waar wij op audiëntie mochten, was daar helder in: mensenhandel is een misdaad maar migratie is een mensenrecht. Onlangs heeft hij een vloek uitgesproken tegen de mensenhandelaren en dat lijkt effect te hebben. Die vloek zou zo sterk zijn dat hij eerder gedane geloften ongedaan kan maken. Ik heb me laten vertellen dat iedereen dat weet. Er zouden in Europa al vrouwen zijn weglopen bij hun hoerenmadam. De gouverneur en de koning nemen de Europese hulp grif aan, maar hun verwachtingen lopen stevig uiteen met die van Europa. Ze pakken het migreren niet aan en pleiten daarnaast voor legale mogelijkheden voor Nigerianen om zich in Europa te vestigen.

Mooie woorden

Ook het nieuwe initiatief van de VN om tot wereldwijde normen te komen over migratie, The Global Compact for Safe, Orderly and Regular Migration, richt zich op legale toegang. Migratie is een fenomeen van alle tijden en een manier voor mensen om kansen voor zichzelf te creëren. Ik ben eigenlijk wel te spreken over de conceptversie van dit verdrag, die benadrukt dat migranten rechten hebben en dat zij verblijfspapieren moeten krijgen om die rechten te laten gelden. De onderhandelingen stemmen mij hoopvol, want een verdrag waarin wereldwijde principes en normen worden vastgelegd is een goede stok achter de deur om mobiliteit en migratie in goede banen te leiden.

De Europese Commissie onderhandelt namens de lidstaten in New York over deze verklaring, die in december 2018 door regeringsleiders wereldwijd ondertekend moet worden. In het Europees Parlement namen wij in april een resolutie aan om de inzet van de Commissie en de lidstaten bij te sturen.

Wie de onderhandelingsinzet van de lidstaten en Commissie globaal scant, ziet dat ze mooie woorden gebruiken en dat mensenrechten voorop staan, maar als je beter leest zie je dat juist vanuit Europa de nadruk gelegd wordt op terugkeer van migranten. Terwijl de mogelijkheid van legale migratie een beetje vaag blijft. Hier zit druk achter van de Europese lidstaten die – en dit geldt voor alle 28 – in eigen land vrezen voor een politieke afrekening bij het realiseren van meer legale routes.

De Europese Commissie heeft het Europees Parlement al jaren geleden de belofte gedaan dat er nieuwe wetten zouden komen om migranten ook voor lager betaald en geschoold werk, legale toegang tot de Unie te geven. Maar die plannen worden telkens op de lange baan geschoven.

Ik ga ervan uit dat er pas zo’n plan of tafel komt na de Europese verkiezingen van mei 2019 en het aantreden van een nieuwe Europese Commissie in het daaropvolgende najaar. Maar juist daarom is het zaak dat het VN-verdrag over migratie zo concreet mogelijk wordt, ook op het gebied van legale migratie, want de Europese landen zetten hier uiteindelijk een handtekening onder. Als Afrikaanse burgers eenvoudiger legaal kunnen migreren naar de Europese Unie, zullen hun regeringen een stuk eerder bereid zijn over terugkeer te praten. Ik hoop erbij te zijn, in december in Marokko, wanneer dit verdrag ondertekend wordt. Want wereldwijde normen over migratie zijn broodnodig.

Voor elke afgesloten route ontstaat een nieuwe

Blog #2 voor OneWorld, 26 maart 2018

Kun je mensen redden van de verdrinkingsdood en ze tegelijkertijd tegenhouden, vraagt Sargentini zich af.

boot-998966_1920

“Het is mogelijk om de Middellandse Zee zo goed af te sluiten dat er niemand meer in verdrinkt. Dit zou de Europese Unie een half miljard euro per jaar kosten”, vertelt een generaal buitendienst. In debatcentrum De Balie hield hij een inleiding met veel plaatjes van landingsvaartuigen, reddingsboten en helikopters. De generaal was oprecht en de zaal ging in zijn verhaal mee: want het ergste van de vluchtelingencrisis is dat er mensen in onze buurt verdrinken, toch?

Ook in debatten met collega-Europarlementariërs merk ik vaak dat de wens mensen te behoeden voor de verdrinkingsdood gepaard gaat met de wens geen migranten in Europa op te vangen. In die gedachtegang is mensen tegenhouden hetzelfde als mensen redden. Dat zou een win-winsituatie zijn. Ik geloof daar geen zier van: zo eenvoudig ligt het niet.

Als je alle wetten en verdragen buiten beschouwing laat, heeft de generaal b.d. een punt. Een reddingsschip bij de kust redt zeker levens. Maar wanneer de loopplank van dat schip daarna uitgelegd wordt op het strand van Libië en daar alleen een uitzichtloze situatie wacht in een detentiecentrum, zullen mensen dat schip vermijden en een andere weg zoeken, met steeds grotere risico’s.

Loopplank

Toen Merkel, Rutte en Samson in maart 2016 de Turkije-deal uitvonden, was hun argumentatie menselijk: we moeten koste wat kost verdere verdrinkingen voorkomen en dus is het goed wanneer Erdogan voortaan Syrische vluchtelingen tegenhoudt.

Heus, ik heb het geprobeerd – maar er viel niet tegenop te redeneren. Wilde ik dan dat mensen zouden verdrinken? Nee, natuurlijk wilde ik dat niet. Ik wilde dat de Syrische vluchtelingen die toen al vier jaar in kampen in Turkije zaten, een leven in veiligheid en met uitzicht konden hebben. Als dat er niet is en de nood om te vertrekken hoog genoeg is, dan kun je een loopplank uitleggen, een hek neerzetten, maar zoeken mensen daar alsnog een weg omheen.

In Gambia vertelde een vrouw me over haar zoon die net via de woestijn was aangekomen in Libië, op weg naar Europa. Eerder namen mensen de boot naar de Canarische eilanden, maar die route is nu afgesloten. Nadat de routes door Niger beter werden gecontroleerd, ontstonden er gevaarlijke tochten door de woestijn, vaak met fatale afloop. Er sterven tegenwoordig minder mensen op zee; nu sterven ze voordat ze überhaupt de kust kunnen bereiken.

Mensen laten zich niet tegenhouden, ze verzeilen alleen in steeds gevaarlijker situaties. We moeten ons daarom niet blindstaren op het opwerpen van fysieke obstakels; beter kunnen we migratie in goede banen leiden en werken aan het wegnemen van de oorzaken ervan.

Beloftes

In het voorjaar van 2017 bezocht ik Chios, een Grieks eilandje vanwaar je Turkije kunt zien liggen. Turkije-deal of niet: elke nacht kwamen er nieuwe vluchtelingen aan. Een Griekse partijgenoot van mij, lid van de gemeenteraad van Chios, leidde ons rond. Ze vertelde dat haar schoonvader in de Tweede Wereldoorlog het eiland ontvlucht was. Hij klemde zijn universitaire diploma tussen zijn tanden en zwom naar Turkije.

Een vriend van me, een Syrische Nederlander, stond een paar jaar terug in Turkije aan de kust van de Zwarte Zee, met zijn uit Syrië gevluchte vrouw. Ze wilden zo snel mogelijk naar Nederland. Hij zou met haar mee gaan op een bootje. Ze deden het uiteindelijk toch maar niet. Het bootje zonk. Hij heeft haar in Istanbul door haar Nederlandse inburgeringsexamen geloodst. Hij vond een tijdelijke baan in Nederland met voldoende inkomen, zodat zij uiteindelijk legaal via gezinshereniging naar Nederland kon komen.

Zomaar twee verhalen van mensen die zich door zee noch bureaucratie lieten tegenhouden. Het is helemaal niet moeilijk inzicht te krijgen in de beweegredenen die mensen hebben om te migreren, ook niet als Europarlementariër, ze vertellen hun verhaal graag. Ik sprak mensen in Tunesië die de sprong naar Europa wilden wagen, en mensen in Ivoorkust die dat nog maar ternauwernood konden navertellen. Deze week bleek dat er in de tweede helft van vorig jaar meer bootvluchtelingen vanuit Turkije over de Zwarte Zee naar Roemenië zijn gereisd. Er is altijd een langere, moeilijkere route te bedenken voor elke route die wordt afgesloten.

Twee jaar na de Turkije-deal zitten er nog steeds absurd veel mensen in deplorabele situaties vast op de Griekse eilanden, en is het aantal Syrische vluchtelingen in Turkije toegenomen tot 3,5 miljoen. In Libië zoeken 700 duizend migranten, waaronder 47 duizend vluchtelingen, een veilig heenkomen.

Federica Mogherini, Hoge Vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken in de EU, had deze week een boodschap voor het Europees parlement. Ze stak de loftrompet over de evacuatie van vluchtelingen en migranten uit de hel van Libië. Sommige van hen kunnen naar hun land van herkomst. Vele andere die niet naar huis kunnen worden tijdelijk naar Niger gebracht, waar zij wachten op de door Europa beloofde hervestiging. Dit Europees initiatief had een heleboel levens gered, zei ze. Er zijn inderdaad al enige duizenden migranten, met hulp van IOM en betaald door de EU teruggekeerd naar hun land van herkomst. UNHCR, die zich ontfermt over vluchtelingen, is inmiddels gestopt met evacuaties naar Niger. Niger kan de toestroom niet aan, want Europese lidstaten komen hun toezegging dat zij deze vluchtelingen snel zouden opnemen niet na. Uiteindelijk blijft een groot aantal mensen toch steken in Libië. Dus waarom houdt Mogherini, terwijl ze dat weet, dan toch zo’n jubelverhaal?

Twee jaar na de Turkije-deal, middenin de vluchtelingencrisis in Libië, is het tijd om de mythe van win-win door te prikken: een oplossing die mensen tegelijkertijd redt en tegenhoudt bestaat niet.

Tussen grensbewaking en toekomstdromen

Blog #1 voor OneWorld, 25 februari 2018.

Pakt de EU met het huidige beleid de grondoorzaken van migratie daadwerkelijk aan? In haar eerste blog voor Movement houdt Europarlementariër Judith Sargentini ons met een kritische blik op de hoogte van nieuwe ontwikkelingen op het gebied van migratiebeleid.

In november 2017 was ik voor de EU-Afrika top in Abidjan, de hoofdstad van Ivoorkust. Een top als deze, met regeringsleiders van beide continenten, herijkt de relatie voor de komende jaren. Afrikaanse en Europese regeringsleiders bespreken tijdens deze top de samenwerking tussen de Afrikaanse Unie en de Europese Unie. Officieel was het thema: investeren in de jeugd en een toekomstperspectief bieden voor jongeren. Maar waar het echt om draaide was migratie, het onderwerp dat de relatie tussen de EU en Afrika de laatste jaren beheerst.

Europese regeringsleiders kwamen eigenlijk vooral praten over het tegenhouden van migranten, de Afrikaanse regeringsleiders over de ontwikkeling van hun landen. Die twee belangen lijken te botsen, maar zijn wel met elkaar te verenigen: jonge vrouwen en mannen die erop vertrouwen dat ze in eigen land een toekomst kunnen opbouwen, zijn minder geneigd te vertrekken. Maar hoe kun je een leven opbouwen als je niet naar school kan? Als je nooit weet of je morgen ergens geld kunt verdienen? Wanneer je geen gezin durft te stichten omdat je het niet kunt onderhouden? Als je wel een opleiding hebt, maar geen steekpenningen om aan een baan te komen? Kansenarmoede is een van de oorzaken van migratie. En root causes of migration is nou net het nieuwe buzzword in het Europese migratiebeleid. Het aanpakken van de grondoorzaken dus. Behalve over armoede en ongelijkheid, hebben we het dan over conflicten, corruptie en falende rechtsstaten die mensen dwingen hun heil elders te zoeken.

Terwijl de Europese en Afrikaanse leiders op de AU-EU top druk onderhandelden hoe ze de korte- en langetermijnbelangen met elkaar in overeenstemming konden brengen, landde een vliegtuig op Abidjan International. Het was de allereerste chartervlucht van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM), vol met Ivorianen die uit de vreemdelingengevangenissen van Libië kwamen. Op hen wachtten geen diplomatieke konvooien en prettige hotellobby’s. Vaak wachtte er helemaal niemand op hen. De eerste week na hun aankomst in Ivoorkust worden ze opgevangen door de IOM, daarna moeten ze het zelf zien te rooien. Deze re-integratie van de Ivorianen wordt gefinancierd door het Noodfonds voor Afrika van de EU.

De berichten over geweld en mishandeling in detentiekampen en mensen die als slaaf worden verhandeld in Libië hebben uitgebreid in de kranten gestaan. Deze mensen hadden dat meegemaakt. Een paar dagen na hun terugkomst sprak ik een aantal van hen. Ze waren er slecht aan toe, opgelucht – natuurlijk – dat ze veilig waren, maar ook verslagen omdat ze terug bij af zijn. Een jonge vrouw vertelt dat ze met haar peutertje een half jaar in detentie heeft gezeten in Libië. Haar man heeft eerder de oversteek naar Italië gemaakt en wacht daar op hen. Ze is uitgeput en weet niet hoe het nu verder moet.

Tussen de terugkeerders zaten ook jonge mensen met een academische opleiding die een tijd in Tunesië hadden gewerkt. In Europa leeft nog wel eens het beeld dat elke dag genoeg te eten en een plek om te slapen voldoende is om migratie te stoppen, maar de stedelijke jeugd in Afrika volgt het nieuws en weet wat er in de wereld te koop is. Zij hebben dezelfde toekomstdromen als wij: over persoonlijke ontwikkeling, een beetje comfort en een perspectief. Om dat te bereiken zijn ze bereid door de hel te gaan.

Lidstaten en de Europese Unie verscherpen ondertussen de grensbewaking en noemen een gat in de grens een grondoorzaak van migratie. En dus trainen we de Libische kustwacht en douaniers in landen als Tsjaad en Niger om migranten tegen te houden. Alleen: daarmee zorg je misschien dat mensen niet in Europa aankomen, maar niet dat ze niet vertrekken.

Het echt aanpakken van de grondoorzaken van migratie vergt naast ontwikkelingsbeleid ook aanpassingen in ons Europees beleid, en het levert niet van vandaag op morgen resultaat. Je hebt niet zomaar een functionerende rechtsstaat opgetuigd en je bevolking zoveel vertrouwen in de toekomst gegeven, dat ze de vaak ingesleten migratiegewoonten opgeven.

Afrikaanse en Europese leiders staan voor de taak deze jonge Afrikanen kansen te bieden. En dat vergt daadwerkelijke duurzame ontwikkeling. Duurzaam is het volgens mij alleen als een samenleving eerlijker wordt, minder corrupt en veerkrachtiger. Wanneer die gelijke rechten voor mannen en vrouwen biedt en gelijke kansen voor burgers, ook zonder kruiwagen of steekpenning. Duurzame ontwikkeling vereist ook dat noord en zuid gelijke kansen krijgen: door eerlijkere handels- en investeringsverdragen, door te stoppen met foute belastingconstructies, door Europese bedrijven verantwoordelijk te houden voor misstanden in de productieketen, óók als die buiten de EU plaatsvinden. Op deze gebieden is nog veel werk te verzetten, maar daarover later meer. Als we dat allemaal zouden doen, en we houden dictators en corrupte regimes niet de hand boven het hoofd, nemen de toekomstkansen in Afrikaanse landen echt toe.

Laat migratie en ontwikkkeling samengaan

Opinie in Trouw, Judith Sargentini, 29 november 2017. Geld voor ontwikkeling lijkt vooral te gaan naar grensbewaking in plaats van armoedebestrijding. Laten we het anders doen, zegt Judith Sargentini, Europarlementariër voor GroenLinks.

Een Afrikaans meisje op een schommel in een detentiecentrum in de Libische hoofdstad Tripoli. Beeld AFP

Deze week komen Europese en Afrikaanse regeringsleiders bijeen in Abidjan, Ivoorkust, om te praten over de relatie tussen beide continenten. Afrika hoopt op echte hulp om de eigen economie in de vaart der volkeren mee te krijgen, Europa hoopt migratie tegen te kunnen gaan. Het toverwoord: de aanpak van ‘root causes of migration’, de redenen waarom mensen vluchten. Een nobel streven, maar het lijkt erop dat we geld voor ontwikkeling vooral steken in grensbewaking in plaats van armoedebestrijding.

De cijfers over 2016 laten zien dat er minder ontwikkelingsbudget gaat naar landen in Afrika bezuiden de Sahara en de minst ontwikkelde landen. Zo heeft ook Nederland in het nieuwe regeerakkoord ‘Vertrouwen in de toekomst’ de verhoging van het ontwikkelingsbudget ingezet voor meer opvang van vluchtelingen ‘in de regio’ en aanvullende projecten in Libanon, Jordanië en Irak.

Op bezoek in Dankuku, Gambia, viel het me op dat er nauwelijks jongens en mannen waren. Ik vroeg aan de wel aanwezige vrouwen wie er familie in Europa had. Zeven van de acht vrouwen staken haar hand op. Een van hen vertelde dat haar oudste zoon zojuist in Libië was aangekomen. Taking the back way, de achterdeur nemen, noemen ze dat. Omdat werk ontbreekt voor jongens en mannen is migreren een middel om aan een uitzichtloze situatie te ontsnappen. Blijven is voor losers. Om die mentaliteit te veranderen heeft Gambia banen nodig.

Grensbewaking

Het Afrika-noodfonds kan daarbij helpen. Het werd eind 2015 opgezet om grondoorzaken van migratie aan te pakken en bijna volledig gefinancierd uit de begroting ontwikkelingssamenwerking: geld bedoeld voor armoedebestrijding. Een deel van de projecten is gericht op migratiemanagement, lees: grensbewaking.

Je kunt je afvragen of het trainen en uitrusten van grenswachten de redenen dat mensen huis en haard verlaten wegneemt. Een hek houdt migranten en vluchtelingen niet tegen, maar is een reden voor mensensmokkelaars om meer geld te vragen voor andere, vaak gevaarlijkere routes. We horen steeds meer berichten over groepjes mannen en vrouwen, die in de woestijn van Niger worden achtergelaten omdat de smokkelaar onraad ruikt.

In Libië traint de EU, met geld uit het Afrika-noodfonds, de kustwacht. Ik was onlangs in die regio op bezoek. De Libische kustwacht haalt mensen van boten en uit zee. Dat gaat niet zachtzinnig, zo vertelde een kolonel van die kustwacht, die bij hoge uitzondering bereid was ons te woord te staan. Schieten in de lucht en slaan met tuinslangen zijn methodes die gebruikt worden om mensen ‘rustig’ te houden. Kapiteins die zich daar schuldig aan maken worden gestraft, maar het toont aan van hoe ver de kustwacht komt. Ze hebben, diplomatiek gezegd, een ander idee van crowd control dan wij.

Natuurlijk moet Libië de mensen redden in zijn eigen wateren, maar Europa heeft een ander belang. Een drenkeling die gered wordt door een schip dat vaart onder Europese vlag mag niet teruggebracht worden naar de Libische kust, onze wetten verbieden het hem terug te sturen naar een onveilige plek. Schepen onder Libische vlag vallen onder de Libische wet en dan mag het wel. Het gevolg? Op de kade in Tripoli staat de Department for Combating Illegal Migration, de Libische IND, COA en vreemdelingenpolitie ineen. Die brengt je naar een vreemdelingengevangenis. Het is er onbeschrijflijk smerig, vrouwen worden verkracht, mensen sterven zelfs van de honger, maar in Europa neemt volgens de statistieken de migratie af.

Hebben we daarmee werkelijk wat gedaan aan de grondoorzaken van migratie? Nee, natuurlijk niet. Met projecten zoals het versterken van de Libische kustwacht of het aanleggen van biometrische systemen voor een bevolkingsregister en grensbewaking in de Sahel , maak je migratie moeilijker, maar doe je niets aan het bestrijden van jeugdwerkloosheid.

Anderhalf jaar na de oprichting van het noodfonds is het zaak dat de balans niet doorslaat naar het inzetten van ontwikkelingsgeld voor de eenzijdige migratie-prioriteiten van de EU. We dreigen anders steeds verder af te dwalen van het aanpakken van de oorzaken van migratie: armoede, ongelijkheid, jeugdwerkloosheid, slecht bestuur, droogte enzovoort.

Migratie is van alle tijden. Ontwikkelingsprojecten die zich richten op het aanpakken van de oorzaken van migratie kunnen nooit het enige middel zijn om migratie te reguleren. Als we mensensmokkel en irreguliere migratie willen tegengaan, dan zullen we ook moeten inzetten op legale alternatieven voor de gevaarlijke reis naar Europa. Een ruimhartig hervestigingsbeleid voor vluchtelingen is hier een onderdeel van. Maar ook studentenvisa en het opvangen van tekorten op de Europese arbeidsmarkt.

De EU erkent dit ook. Plannen voor legale migratie en mobiliteit zijn genoemd als een van de prioriteiten van het Afrika-noodfonds, maar vooralsnog niet uitgewerkt. De politieke wil voor legale migratie lijkt te ontbreken.

Gelijkwaardig

Het kan anders. Laat migratie en ontwikkeling hand in hand gaan door van je partnerlanden een gelijkwaardige partner te maken: we helpen met het opbouwen van echte democratieën, eerlijke handel wordt de norm, we investeren grootschalig in Afrikaanse bedrijven die hun jongeren werk geven, we zijn scheutiger met legale toegang tot onze arbeidsmarkt, studenten en ondernemers krijgen visa voor Europa als ze die nodig hebben, en wij besteden onze ontwikkelingsfondsen aan die mensen die het het hardst nodig hebben. Uiteraard zijn deals met dictators uit den boze.

Als we in Abidjan laten zien dat we niet uit zijn op snel en eenzijdig gewin, wordt het terugsturen van die mensen die niet in Europa mogen blijven, ook haalbaar, maar verwacht geen wonderen op de korte termijn. Zo krijgen we echt grip op de ‘root causes of migration’ en kan een volgende vluchtelingencrisis worden voorkomen.

Procedurele rechten in strafzaken: wederzijds vertrouwen is een schadelijk principe

Sargentini in “De invloed van de Europese Unie op het strafrecht” – Landelijke Strafrechtsdag 2016. door P.A.M. Verrest, S. Struijk, Boom Juridis h

De invloed van de Europese Unie op het strafrecht

Deze bundel bevat lezingen en andere bijdragen aan de Landelijke Strafrechtsdag 2016, die op 27 mei 2016 werd georganiseerd door de sectie strafrecht van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Deze Landelijke Strafrechtsdag was geheel gewijd aan ‘De invloed van de Europese Unie op ons strafrecht’. Nederland was op het moment van de Landelijke Strafrechtsdag voor een halfjaar voorzitter van de Europese Unie. Dat leek de organisatie een goede reden om stil te staan bij de Europese invloed op ons strafrecht, strafprocesrecht en onze strafrechtelijke samenwerking met andere lidstaten. Welke vraagstukken spelen er in de Europese Unie? Waarover wordt in Brussel onderhandeld? Welke gevolgen hebben nieuwe EU-instrumenten voor ons recht? Voor welke onderwerpen zou Nederland zelf in Brussel aandacht moeten vragen?

‘Leven en laten leven’, Green Values, Religion & Secularism.

Bureau de Helling, Erica Meijers, 25 december 2015

Interview met Judith Sargentini

Het hangt samen met haar Amsterdams-katholieke achtergrond dat Europarlementariër voor GroenLinks Judith Sargentini graag voor pragmatische oplossingen kiest. Ze staat bekend als een vrouw met een stevige mening, maar die is, zeker wat betreft religie, niet gebaseerd op rechtlijnige principes. Emancipatie is het sleutelwoord.

Wat heb je van huis uit meegekregen als het gaat om levensbeschouwing of religie?
Ik heet niet voor niets Sargentini; mijn vader heeft Italiaanse voorouders, al is dat lang geleden. De ouders van mijn moeder kwamen uit Beverwijk, een katholieke enclave in Noord-Holland. Ik ben wat je noemt, ‘Amsterdams katholiek’ opgevoed. Dat houdt in dat we niet naar de kerk gingen en er verder ook weinig aan deden. Toen ik geboren werd, ging mijn vader mij aangeven bij de burgerlijke stand. De ambtenaar zei: jullie zijn beide katholiek, zie ik. Zal ik uw dochter als katholiek inschrijven? Mijn vader zei: Nou, nee bespaart u mij dat!  Mijn ouders hebben zich vervolgens beide uit de kerk laten uitschrijven. Maar in de vakanties gingen we wel kerk-in en kerk-uit. We hadden ook een kerststalletje, dus er zat nog wel een laagje katholieke cultuur overheen.
Mijn vader is onderwijzer en geheelonthouder. Ik zou hem een humanist noemen, al doet hij dat zelf niet. We waren als gezin lid van het Nivon, de vereniging van natuurvrienden. Daarbij gaat het niet alleen om liefde voor de natuur, maar ook om de zorg voor elkaar en een bepaalde ondernemende geest. Mijn ouders hebben altijd veel vrijwilligerswerk gedaan, dus links-socialistische waarden heb ik ook wel meegenomen.

Heeft je achtergrond consequenties als het gaat om je opstelling in politieke kwesties rondom religie?
Ik denk dat het er bij mij voor gezorgd heeft dat ik graag naar pragmatische oplossingen kijk. In de gemeenteraad in Amsterdam ging het eens over schoolzwemmen. Een aantal islamitische scholen wilden graag dat hun jongens en meisjes gescheiden zouden zwemmen. Dat is duurder en dat was een punt, maar er waren ook collega’s die principieel tegen gescheiden schoolzwemmen waren. Dat werd op het scherpst van de snede uitgevochten, terwijl ik dacht: ‘waar gaat dit om?’ We willen dat kinderen niet verzuipen. Ze moeten dus leren zwemmen. Dat is misschien wel vrijzinnig Amsterdams katholiek: laten we het een beetje plooien jongens. Wat heb je er aan als je uit naam van de emancipatie een principieel debat voert en tegelijkertijd de meiden de kans ontneemt om te leren zwemmen? Die verdrinken dan in de zomer in de Sloterplas.

Laten we nog even stilstaan bij het onderwijs. Steeds weer speelt in het debat de spanning tussen de vrijheid van onderwijs, de vrijheid van religie en het ideaal van emancipatie en gelijke kansen.
Ik ben heel erg strikt met openbaar onderwijs opgevoed. Ik heb geen moeite met bijzondere scholen wanneer die naast openbaar geld niet ook nog kerkelijk geld ontvangen. Als je het financieel gelijk trekt en ervoor zorgt dat het curriculum ook op orde is, vind ik het prima. Maar je moet ook zeggen: gelijke monniken gelijke kappen. Want katholieke en protestantse scholen werden als de normaalste zaak van de wereld gezien, en daarnaast waren ook Jenaplanscholen, vrije scholen enzovoort geaccepteerd. Zelf heb ik op de openbare montessori school gezeten. Maar toen moslims ontdekten dat ze ook eigen scholen konden oprichten, was de boot aan. Dat vind ik onterecht, al word ik niet blij van een islamitische school met veel te jonge meisjes die al een hoofddoekje dragen.
We hebben relletjes gehad over meisjes in nikaab die de pabo deden en stage wilden lopen in de kinderopvang. Dat hoort bij de opleiding. Maar ik denk dat de kans vrij klein is dat je de pabo doorloopt en dan zelf een eigen klas gaat runnen in nikaab. Als je eenmaal zover bent dat je voor de klas gaat staan, denk ik dat je in je eigen leven ook een volgende stap hebt gemaakt en dus geen nikaab of boerka meer zal dragen. Dat is dan mijn westerse interpretatie van emancipatie, maar ik denk het toch. Een goede onderwijzer heeft een redelijke flexibele geest, want die moet met veel kinderen met diverse achtergronden omgaan. En de pabo is toch een emancipatoire opleiding: hij is goed toegankelijk voor jongeren uit de lagere klassen. Mijn vader is ook als arbeidersjongen naar de kweekschool gegaan. Dat was een emancipatieslag. Daarom denk ik dat we zeker meer hoofddoeken gaan krijgen op scholen, zeker op de openbare. En dan denk ik dat die hoofddoek steeds frivoler wordt.

Hoever mag de inmenging van de staat in het onderwijs gaan? Er is een openbaar belang, maar we zeggen ook: je moet je als overheid zo min mogelijk met de opvoeding bemoeien. Dat is het domein van de ouders.
Dat is de Nederlandse insteek. In Frankrijk denken ze daar misschien wel anders over.  In Nederland is na de schoolstrijd in de 19e en 20e eeuw en na de emancipatie een precair evenwicht ontstaan. Artikel 23 is daar het resultaat van. Ik vind dat wel mooi, want je kunt gewoon niet altijd heldere, principiële keuzes maken. Polderen en soms ook pappen en nat houden. Ook daar heb ik wellicht het laissez-faire katholicisme van mijn ouders overgenomen. Levensbeschouwing en religie spelen nu eenmaal een rol, dus dat kun je beter in goede banen leiden. Maar ik denk dat de wens van ouders om hun kinderen op een zeer geprononceerde religieuze school te doen, uitsterft.  

Ik hoor in jouw visie op emancipatie de traditioneel linkse secularisatie these doorklinken: religie sterft uiteindelijk uit dankzij modernisering. Klopt dat?
Ja, dat denk ik wel. Religie hoeft van mij niet uit te sterven, als het een vorm krijgt die in onze samenleving past. Een bijvoorbeeld daarvan vind ik de protestantse diaconie in Amsterdam en het Wereldhuis. Zij vangen mensen zonder papieren en daklozen op, overigens vlak naast de chique Hermitage. Vrouwen hebben daar een belangrijke positie, ook in het pastoraat, en homo’s krijgen een plek. Er is een uitstraling van leven en laten leven. Ik denk dat bij een voortgaande emancipatie steeds meer mensen zo’n vorm van religie vinden. Prima als er nog mensen zijn die dat anders willen en doen, zolang ze mij dan ook maar mijn leven laten leiden. 

Tijd voor een definitie. Wat versta je onder religie?
Het is een hoger idee over een groter goed – waarvan ik denk dat het er niet is – waar je inspiratie uit haalt voor je levensroute. Maar ik zou het makkelijk kunnen vervangen door humanisme of door een set van afspraken die mensen onder elkaar gemaakt hebben om het samenleven in banen te leiden.

Dan is religie voor jou dus vooral een idee, en niet zozeer een praktijk met rituelen en gewoontes?
Inderdaad. Die rituele kant heeft toch iets te maken met het zoeken naar vastigheid in een samenleving waarin je je bedreigd voelt. Daarover heb ik inderdaad de ouderwetse socialistische gedachte, dat die praktijk voor veel mensen zal slijten naarmate ze er sociaaleconomisch beter voorstaan.  Individuele vormen van religie zie ik niet zo snel uitsterven, maar wel de vormen die gebaseerd zijn op regels over wat je wel of niet mag eten en of je iets op je hoofd moet dragen of niet. Ik denk en ik wil ook dat die zullen vervlakken.

Zou je willen dat religie puur een innerlijke aangelegenheid wordt, zonder zichtbare uitingsvormen?
Jij stelt het heel scherp. Terwijl ik er ook geen moeite mee heb als mensen met een keppeltje, een kruisje of een hoofdoek rondlopen. Ik waardeer wel de moderne Iraanse vorm het meest, waarbij nog veel haar zichtbaar is. Hoe minder je van een vrouw ziet, hoe storender ik het vind. Maar ik vind niet dat je het moeten verbieden. Daarmee gaan de gedachtes van die vrouw namelijk toch niet weg. Waar het me eigenlijk om gaat is: hoe krijg je iemand uit de groepsdruk, zodat hij of zij zijn eigen vrije keuzes kan maken. 

Het gaat je uiteindelijk om de vrijheid van het individu.
Ja. Ik kom heel veel in Afrika en ik ken de ’ik ben omdat wij zijn’ gedachte natuurlijk. Toch kan ik daar niet helemaal in meegaan, want voor degene die onderin de gemeenschap zit, pakt dat vaak niet goed uit.

Hoe kijk je naar het publieke debat over religie?
In Nederland zijn we gewend aan fundamentalistische christenen. We vinden ze misschien gestoord, maar we zien ze als een ongevaarlijk soort prehistorisch overblijfsel. Maar islamitische jongens met baarden zien we wel als een probleem. Dus gaat het uiteindelijk toch om de islam. Dan kunnen we opeens geen onderscheid meer maken tussen orthodox-religieus of fundamentalistisch enerzijds en gevaarlijk en gewelddadig anderzijds. Als we een jongen zien met een lange baard en een djellaba denken we meteen: die zal dan ook wel op jihad gaan.  

Sluit die ‘wij’ ook de groene partijen in?
De reacties in de groene groep in het Europese parlement op de aanslag bij Charlie Hebdo in januari 2015 deden mij denken aan de reacties in Nederland na de moord op Van Gogh in 2004. Ten eerste wilde men extremisten keihard aanpakken en ten tweede op zoek gaan naar oorzaken. Toen we sprekers zochten voor een conferentie over radicalisering, kwamen mijn collega’s met ‘leuke lieve moslims’ die uitleggen dat hun islam heus wel deugt. Dat stelde me enorm teleur. We hebben de conferentie afgeblazen, want als wij het debat gaan versimpelen tot ‘er zijn heus wel aardige moslims die heel frivool in hun religie staan’ – in feite de overgrote meerderheid – dan doen we mee met het spel ‘islam is gevaarlijk’. 
Dat geldt voor het publieke debat als geheel: we reageren op extremistisch geweld met een discussie over de Europese islam en over hoofddoekjes. En daardoor zetten we mensen in een hoek. Dat vind ik erg triest.  De vraag zou moeten zijn: wat maakt dat mensen radicaliseren? En dan gaat het om echt serieuze onderwerpen, zoals de relatie tussen extremisme, armoede en ontwikkeling.

Vind je dat de groene partijen zich niet verder bezig moeten houden met religie, behalve wanneer er sprake is van radicalisering en extremisme? En moeten we ons dan voornamelijk richten op sociaaleconomische aspecten?
Ja, maar we moeten religie wel accepteren als de motivatie van veel mensen om het juiste te doen. Ik ben niet geïnteresseerd in het rechtstreeks veranderen van religie, want dat gebeurt wel vanzelf of niet, maar we moeten het wel over de uitwassen hebben. Zaken als kruisbeelden in scholen of wel of geen moskeeën bouwen interesseren mij niet zo. De overheid heeft  natuurlijk in de openbare ruimte vele manieren om een religie te helpen of tegen te werken. Wat mij betreft houden we er rekening mee dat religie voor mensen van belang is om hun leven in te richten.

Heb je, om een zinvol debat over radicalisering te voeren, niet meer kennis van religieuze achtergronden nodig? Zie je op dit terrein huiswerk voor de groene partijen? 
Mijn conclusie is dat een heleboel groene politici in het dagelijks leven toch in een zeer Europees- christelijke omgeving functioneren. Er zijn genoeg politici, ook groene, die christelijk zijn en dat ook in hun werk laten merken. Daar heeft niemand moeite mee. Maar het wachten is op de eerste moslima met een hoofdoek in het Europese Parlement. Wat dat betreft is een gemeenteraad van een grote stad een betere plek voor dit soort discussies, want daar heb je heel direct te maken met een interculturele context.
Het is de vraag of het in zo’n omgeving als het Europese Parlement helpt om mensen bij te spijkeren over de fundamenten van de islam. Ik weet het niet. Zou het helpen om mensen bij te spijkeren over de christelijke tien geboden om te begrijpen waarom mensen naar een zwarte-kousen-kerk gaan? Van kennis van kerkgeschiedenis zie ik als historica natuurlijk wel het belang, maar toch is mij opgevallen dat extremisten vaak op elkaar lijken. Ik moet zelf ook altijd op een spiekbriefje kijken om de soennieten en de sjiieten uit elkaar te houden, maar toch kan ik best begrijpen waarom jonge mannen radicaliseren. Waar veel jonge mannen zijn, in slechte economische omstandigheden, zonder perspectief, gaat het fout.
Misschien is het wel zo dat we wel denken dat we heel seculier zijn, maar dat we allemaal ons christelijke rugzakje mee sjouwen en eigenlijk gewoon geen feeling meer hebben met religie. Maar heb je dat wel, dan begrijp je misschien nog steeds niet waarom die jongens gaan vechten.
Hoe we verder moeten met dit debat weet ik niet goed. In elk geval kunnen we op aanslagen als die in Parijs niet reageren met een debat over de Europese islam, al helemaal niet als dat in de praktijk een debat is over hoofddoeken. Dat is geen effectief middel om radicalisering tegen te gaan.
Blijf in elk geval niet op je eigen eilandje zitten waar je precies weet wat recht is en wat krom. 

Green Values, Religion and Secularism

Conversations with European Politicians and Activists

In this publication, Green politicians from different European contexts reflect on the way their own religious or secular values influence their political attitude; the role of religion in the public forum; conflicts between fundamental rights, such as the freedom of religion and the principle of sexual and gender equality; the role of Islam in Europe and the question whether religion is a source of inspiration or an obstacle for Green politics.

Bezweer de grondstoffenvloek

in De Helling, grondstoffenpolitiek, nr 3, herfst 2015. Maria van der Heide en Judith Sargentini.

Grondstoffen brengen in ontwikkelingslanden vaker ongelijkheid en conflict dan welvaart en vrede. Maar de schatten in de bodem laten is voor de meeste landen geen optie. Wat is nodig voor een eerlijke winning van de natuurlijke rijkdom?

Een klein land aan zee vindt voor de kust een enorme olievoorraad. Een oliebonanza ligt in het verschiet. Met in het achterhoofd de gedachte dat de inkomsten uit het zwarte goud maar van tijdelijke aard zijn, besluit de regering van het land om de oliebaten te beleggen in een fonds. Hieruit worden investeringen in een kenniseconomie betaald, zodat ook toekomstige generaties profiteren van de grondstoffenvondst. De inkomsten en uitgaven van de regering zijn openbaar beschikbaar en worden vastgesteld door het parlement. Zo zou het kunnen gaan.

Maar het loopt vaak heel anders….

Verder lezen…

‘Dijsselbloem frustreert het aanpakken van witwassers’

Volkskrant OPINIE – Judith Sargentini en Jesse Klaver, 13 maart 2014

In de strijd tegen belastingontwijking vindt GroenLinks de Nederlandse regering tegenover zich, schrijven Judith Sargentini en Jesse Klaver van GroenLinks. ‘In de Raad van Ministers pleit Minister Dijsselbloem actief voor geheimzinnigheid in plaats van voor transparantie.’

Beeld anp

Het Nederlandse fiscale vestigingsklimaat en de geheimzinnigheid rondom brievenbusfirma’s faciliteren ongewenste activiteiten zoals belastingontwijking, maar ook ronduit criminele activiteiten zoals belastingontduiking, corruptie en fraude. Het Europees Parlement heeft deze week ingestemd met het voorstel van GroenLinks om een register van uiteindelijke belanghebbenden in te stellen. Dit zou een einde kunnen maken aan het schimmige systeem dat criminelen en belastingontwijkers in staat stelt hun geld veilig te stellen. In de Raad van Ministers pleit Minister Dijsselbloem echter actief tegen zo’n register; hij pleit voor geheimzinnigheid in plaats van voor transparantie.

De overeenkomst tussen belastingontwijking en -ontduiking, corruptie en fraude is dat er veelal gebruik wordt gemaakt van ingewikkelde bedrijfsstructuren en brievenbusfirma’s. Op die manier proberen criminelen hun identiteit te verschuilen en de afkomst van hun geld te verdoezelen.

Faciliteren
De Nederlandse regering faciliteert dit actief door het gunstige belastingklimaat en de steun die zij biedt aan de consultancy- en belastingadviessector. Een voorbeeld hiervan is het feit dat trustkantoren op de Nederlandse ambassade in Oekraïne de rijken van dat land wegwijs mochten maken over hoe ze gebruik kunnen maken van de belastingvoordelen die Nederland te bieden heeft. Vragen van GroenLinks hierover werden door minister Dijsselbloem van de hand gewezen. Het behoorde volgens hem tot de taak van de ambassade om dit soort voorlichting te geven.

In Nederland wordt niet alleen de identiteit van eigenaren in nevelen gehuld. Ook als het gaat om belastingafspraken tussen grote multinationals en de Nederlandse staat is het geheimzinnigheid troef.
Resultaat van dit beleid is dat Nederland op grote schaal wordt gebruikt door grote en nog grotere boeven om zwart geld door te sluizen en belasting te ontwijken. Zo had Kadhafi een brievenbusfirma in Nederland en heeft de zoon van de verdreven Oekraïense president Janoekovitsj waarschijnlijk via Nederland geld weggesluisd.

In Nederland wordt niet alleen de identiteit van eigenaren in nevelen gehuld. Ook als het gaat om belastingafspraken tussen grote multinationals en de Nederlandse staat is het geheimzinnigheid troef

Minister Dijsselbloem Beeld anp

16 miljard
Het is onbegrijpelijk dat de Nederlandse regering geheimzinnigheid verkiest boven transparantie en inzicht in wie wat bezit. Vorige week werd bekend dat er 16 miljard euro per jaar in Nederland wordt witgewassen. Wanneer komt Dijsselbloem tot inkeer en ziet hij in dat deze sector niet iets is om trots op te zijn?

Het Europees Parlement geeft haar steun aan openbare registers van uiteindelijke belanghebbenden. Deze registers zijn een belangrijke stap in de aanpak van witwassen, belastingontduiking en -ontwijking. Ze geven belasting- en opsporingsdiensten inzicht in bedrijfsstructuren en de uiteindelijke eigenaren van bedrijven en brievenbusfirma’s. Hiermee wordt het mensen die hun crimineel geld willen witwassen onmogelijk gemaakt om zich te verschuilen achter ingewikkelde bedrijfsstructuren en brievenbusfirma’s.

Zelfreinigend vermogen
Wanneer bovendien deze informatie publiek toegankelijk is, zal het zelfreinigend vermogen van de samenleving groter zijn. Naming and shaming zal ertoe leiden dat bedrijven zich genoodzaakt voelen hun zaakjes op orde te hebben. Ook ngo’s en onderzoeksjournalisten zullen dankzij de toegang tot het register onderzoek kunnen doen en daarmee zaken aan het licht brengen die anders onopgemerkt zouden blijven. Dan is het nieuws niet of Janoekovitsj geld heeft weggesluisd, maar dat hij geld heeft weggesluisd. En toch zegt minister Dijsselbloem tegen de Tweede Kamer dat hij niet van plan is zich actief in te zetten voor meer transparantie en het inzichtelijk maken van uiteindelijke belanghebbenden.

In de Kamer wordt schande gesproken over de welvaart van leiders als Janoekovitsj, maar zolang de Nederlandse regering zich in de Raad van Ministers verzet tegen een openbaar register van uiteindelijke belanghebbenden, maken we het hun gemakkelijk om die rijkdom te vergaren. Dijsselbloem moet niet de branche van belastingadviseurs en consultants beschermen, maar het algemeen belang. Uiteindelijk levert dat de schatkist ook veel meer op.

Judith Sargentini is lid van het Europees Parlement voor GroenLinks.
Jesse Klaver is lid van de Tweede Kamer voor GroenLinks.

Vorige week werd bekend dat er 16 miljard euro per jaar in Nederland wordt witgewassen. Wanneer komt Dijsselbloem tot inkeer en ziet hij in dat deze sector niet iets is om trots op te zijn?

Bedankt GroenLinksleden!

Dank aan de leden van GroenLinks die mij zo vol overtuiging op plek 2 voor de Europese lijst stemden. Ik ben er heel blij mee.

131214 congres europese lijstGefeliciteerd ook Bas Eickhout, Mattias Gijsbertsen, Isabelle Diks, Lara de Brito, Gert-Jan Krabbendam, Daphne Dertien, Jeroni Vergeer, Truuske Smits, Toine van de Ven en Guliz Tomruk-Kisi.

En nu campagne voeren!