‘EVP wordt gegijzeld door rechts’

Interview in Vlaams blad Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 4 (april), pagina 4 tot 11 Tekst: Anne van Lancker, foto Theo Beck

Judith Sargentini zorgde er eigenhandig voor dat Hongarije op het Europese strafbankje terechtkwam. Ze wordt in dat land, net als Jean-Claude Juncker, beledigend op posters afgebeeld. Straks neemt de Nederlandse politica van GroenLinks na tien jaar afscheid van het Europees Parlement.” Ik ben lange tijd actief geweest in Afrika voor verkiezingsobservaties. Wat nu allemaal in Hongarije gebeurt, dat heb ik nooit eerder gezien.”

verder lezen kun je hier!

Portret Judith Sargentini: Het spoor van haar ouders

Nederlands Dagblad, 24 november 2018, Ruurd Ubels

beeld Guus Dubbelman

Judith Sargentini hoopt dat de regeringsleiders van de EU doorbijten als ze de Hongaarse regering aanpakken. Ze vermaakte zich als kind prima bij demonstraties tegen kerncentrales en kruisraketten. Ze gaat zich bezinnen op haar toekomst en gaat daarom ook maar eens met haar moeder op vakantie.

In de bar van het ledenrestaurant in het Europees Parlement in Straatsburg komt de stem van Judith Sargentini slechts moeizaam op gang. Ze hoest, klinkt wat schor. ‘Ik ben te ver gegaan’, antwoordt ze op de vraag hoe dat kan.

Een dag voor het interview was ze al om acht uur ’s morgens in Brussel bij de Raad van de Europese Unie, waarin ministers van de 28 EU-lidstaten zitting hebben. Sargentini gaf er een toelichting op haar Hongarije-rapport. In september nam het Europees Parlement het rapport met tweederdemeerderheid aan. Er staat in dat de Hongaarse regering van premier Viktor Orbán de democratie en de rechtsstaat ernstig aantast. Nu moeten de 28 EU-lidstaten besluiten over een zogenoemde artikel 7-procedure, die ertoe kan leiden dat Hongarije zijn stemrecht in de Europese Unie verliest.

Sargentini merkt dat haar rapport de EU-regeringsleiders hoofdpijn bezorgt. ‘Als de politieke wil er niet is om door te pakken, gaan ze zich achter procedures verschuilen – dat zie je nu gebeuren. Maar ze hebben de problemen zelf in de hand gewerkt, want al sinds het aantreden van premier Orbán, in 2010, kijken ze weg. Dan gaat het vanzelf van kwaad tot erger.’

schrik

De brede steun voor Sargentini in het Europarlement leverde haar een bijnaam op: de schrik van Orbán. De wraak van de premier is bitter: in krantenadvertenties en regeringsvideo’s wordt Sargentini consequent afgeschilderd als die communistische vrouw die niets anders wil dan de Hongaren hun soevereiniteit afpakken.

Bepaald niet afgeremd door deze campagne gaan sommige journalisten en types op sociale media nog verder: geregeld klinkt de aansporing om Sargentini fysiek aan te vallen. Daarom werd ze al eens beveiligd in het Europarlement. Vanwege haar voornaam, Judith, weet ze ook wat het is door antisemieten te worden uitgescholden.

‘Dit heb ik niet gezocht’, zegt de GroenLinksparlementariër met gevoel voor understatement. Ja, het is eervol dat Nederlandse media veel aandacht aan haar rapport besteden. En ja, de brede steun in het Europarlement is een ‘enorme opsteker’ voor Hongaren die bezorgd zijn over hun land. ‘Maar de Hongaarse regering doet alsof er sprake is van één vrouw, terwijl ik toch echt twee derde van het parlement vertegenwoordig. De regering-Orbán speelt op de vrouw en probeert de uitspraak van het parlement heel klein te maken. Onzin natuurlijk.’

Hoe zwaar is het om zo persoonlijk te worden aangevallen? ‘Het is heel vervelend.’ Dan met Amsterdamse tongval: ‘Ik ga dus effe niet naar Hongarije.’

Nou ja, misschien nog wel een keer als parlementariër, omdat ze dan beveiligd kan worden. ‘Maar een weekje zwemmen in het Balatonmeer zit er nu niet in. Jammer, want Hongarije is een mooi land en ook als historicus kom ik er graag. Mijn gezicht is inmiddels zo bekend, dat ik zelfs in Brusselse supermarkten door Hongaren wordt herkend.’

Dat is meer dan vervelend.

‘Ja. Feitelijk word ik door de regering van een EU-lidstaat beperkt in mijn bewegingsvrijheid. Bovendien wordt op deze manier het Europarlement als instituut geïntimideerd. Stel dat er nog eens tegen een lidstaat opgetreden moet worden, dan zullen sommige parlementariërs wel twee keer nadenken voordat ze in actie komen.’

Ligt u wakker van de persoonlijke aanvallen?

‘Nee, ik slaap best goed. Oproepen op sociale media om mij wat aan te doen, zie ik niet meer, want veel van die internetgekkies negeer ik. De Nederlandse regering weet van mijn veiligheidssituatie. Na de Europese verkiezingen, in mei, ben ik echter weer ambteloos burger, want ik stel me niet herkiesbaar. Hoe gaat het dan met mijn veiligheid?’

Is dit het waard?

‘Ja. En ik krijg ook veel steun, hoor. Onlangs werd ik in Brussel aangesproken door een opgetogen Hongaar die een selfie met mij wilde maken. Kort daarop zei een Hongaarse vrouw in het Amsterdamse Sportfondsenbad tegen mij: ‘‘Mijn vriend heeft twee dagen geleden in Brussel een selfie met u gemaakt. Mag ik u ook hartelijk bedanken?’’ Een Hongaarse caissière bij een Hema in Utrecht deed onlangs hetzelfde.’

Italië

De Nederlandse Europarlementariër met de Italiaanse achternaam (gipsgieter Giovanni Demenico Sargentini vestigde zich in de tweede helft van de negentiende eeuw vanuit Italië in de Amsterdamse Jordaan) is van huis uit historicus. Ze studeerde in de jaren negentig, toen in Europa (Joegoslavië) een verschrikkelijke oorlog woedde. Dat maakte die studie extra actueel.

Geschiedenis vond Sargentini het leukste vak op school. Antropologie, sociologie en politicologie overwoog ze ook, maar omdat de Universiteit van Amsterdam hiervoor wiskunde in het vakkenpakket vroeg, vielen deze af. Aan het einde van haar studie specialiseerde Sargentini zich in democratie en totalitaire regimes – Viktor Orbán had dus kunnen weten wie tegenover hem stond.

‘Ik schreef een kleine scriptie over het tot stand komen van democratieën in Europa tussen de beide wereldoorlogen’, vertelt Sargentini, terwijl ze een tabletje slikt tegen de keelpijn. Voor een uitgebreidere scriptie dook ze in de opmerkelijke politieke levensloop van Gerrit van Burink, een journalist en onderwijzer die honderd jaar geleden actief was in de communistische partij van Nederlands-Indië, raadslid werd in Rotterdam en uiteindelijk in oktober 1940 lid werd van de NSB.

Na haar studie werd Sargentini duoraadslid voor Groenlinks in Amsterdam en ging ze werken voor het Nederlands instituut voor Zuidelijk Afrika, een linkse ontwikkelingsorganisatie die nu als ActionAid door het leven gaat.

De conclusie dringt zich op dat linkse betrokkenheid u met de paplepel is ingegoten. Waren studie en beroepskeuze vruchten van uw opvoeding?

‘Ja, dat denk ik wel. Hoewel mijn ouders nooit lid zijn geweest van een politieke partij, leefde mijn vader wel heel bewust. Zijn vader was in Amsterdam brouwer bij Amstel Bier en zijn moeder was al heel vroeg erg ziek, zodat mijn vader enig kind bleef. Hij schoolde zichzelf, werd onderwijzer aan een lagere school in Amsterdam en uiteindelijk directeur. Hij was een principiële man; wij hadden geen auto en deden alles met het openbaar vervoer. Mijn vader kende de boekjes met de bustijden en de treinenloop zo’n beetje uit zijn hoofd. Al die boekjes stonden ook bij ons thuis op een plank. Hij wist soms precies hoe we moesten reizen, zonder in de trein of bus te hoeven staan.’

Geen auto. Was dat vanwege zorg voor de schepping?

‘Nou, schepping … Dat was geen woord dat bij ons thuis in Buitenveldert veel werd gebruikt. Wij waren wel actief bij het Nivon, een natuurbeweging met socialistische wortels. In die linkse traditie waren mijn ouders helemaal niet opgegroeid, maar daar vonden ze in de jaren zeventig – toen de bewustwording over natuur en milieu groeide – wel hun thuis.’

demonstraties

Bij deze maatschappelijke betrokkenheid hoorde dat de Sargentini’s – Judith heeft nog een broer – in de jaren tachtig meeliepen met demonstraties. Tegen kernenergie, tegen kruisraketten, tegen bezuinigingen op het onderwijs – de appel is niet ver van de boom gevallen.

De kleine Judith vond die demonstraties ‘hartstikke leuk’. En als Sargentini er nu aan terugdenkt, vindt ze het ook niet meer dan normaal dat haar ouders hun kinderen meenamen. ‘Wanneer je een overtuiging hebt, dan voed je je kinderen daarin toch op? Ouders die echt staan voor iets, willen hun waarden doorgeven.’

Bovendien is het niet gek om je kinderen mee te nemen, wanneer je iets gaat ondernemen. ‘Ik herinner mij die demonstraties als gezellige wandelingen met heel enthousiaste mensen. Een festiviteit! Mijn ouders wisten trouwens ook álles leuk te maken; mijn vader was niet voor niets onderwijzer. Zo heb ik elk bosmuseum in Nederland wel een keer gezien en dat vond ik helemaal niet erg.’

Zoals kinderen van kerkelijke ouders op vakantie alle kathedralen moeten bekijken …

‘O, maar dat deden wij ook. Kerken bezochten we ook rond Kerstmis; dan gingen we kijken naar kerststallen. Die hadden wij thuis ook. Zo had mijn vader een kerststal van Dick Bruna gefiguurzaagd en maakten mijn broertje en ik van Playmobil onze eigen stalletjes. Vim (een schoonmaakpoeder, red.) werd onze sneeuw, want uiteraard had het in Bethlehem gesneeuwd. We hadden ook figuren van de drie koningen en die werden elke dag een stukje dichter bij de stal gezet. Op 6 januari waren ze dan binnen.’

Hoorde bij die aandacht voor kerststallen ook kerkbezoek?

‘Nee, mijn ouders zijn gaandeweg van hun geloof gevallen. Toen mijn vader mij na mijn geboorte ging inschrijven bij de gemeente Amsterdam, zei de gemeenteambtenaar: ‘‘Ik zie dat u en uw vrouw als rooms-katholiek zijn ingeschreven. Wilt u dat voor uw dochter ook?’’ Toen zei mijn vader: ‘‘Nee, dank u wel.’’ Waarop de ambtenaar zei: “We kunnen u uitschrijven, hoor.’’ Dat werd meteen geregeld. Mijn moeder heeft dat later ook gedaan.’

katholieke enclave

In huize-Sargentini werd de Volkskrant gelezen, een van oudsher roomse krant, die – zoals Sargentini het noemt – ‘met mijn ouders is meegeëmancipeerd’. De Sargentini’s waren ‘katholiek in Amsterdam’. Wat dat betekende? ‘Wij waren katholiek vanwege het Italiaanse bloed in de familie en daarmee voegden we ons in de oude katholieke enclave van Amsterdam. De oma van mijn moeders kant kwam uit Beverwijk, dat ook zo’n enclave kende. Ik ben dus opgevoed door Amsterdamse katholieken. Die weten heel slecht wat er in de Bijbel staat, maar ze zijn wel van: kom binnen, schuif maar aan tafel; er zit geen deksel op de koektrommel.’

Sargentini snapt dat sommige politici lid zijn van een christelijke partij, maar ze gelooft niet ‘dat het veel uitmaakt’ door welk religieus boek iemand zich laat inspireren. ‘In Amsterdam heb ik als gemeenteraadslid prima samengewerkt met de protestantse diaconie, die vanuit een christelijke grondslag veel deed voor de opvang van ongedocumenteerden. Dat is een progressieve vorm van christendom die heel dicht bij mijn humanisme ligt. Als het streng in de leer wordt, haak ik af.’

Wat is dat, streng in de leer?

‘Laat ik even teruggaan naar Viktor Orbán: als christelijke politicus perkt hij het individu en individuele vrijheden te veel in. Daar kan ik niets mee. Nee, hij is geen positieve reclamezuil voor het christendom, maar er zijn veel mensen die geen reclame zijn voor hun religie of overtuiging. Neem van mij aan: er zijn ook een heleboel vervelende atheïsten.’

’s avonds doorwerken

‘Ik heb me over de kop gewerkt.’

Sargentini zegt het als ze uitlegt waarom ze slecht bij stem is. In een recent interview zei ze zich niet goed te kunnen voorstellen dat sommige mensen ’s avonds naar de film gaan. Zelf werkt ze ’s avond door, zeker als ze in Brussel of Straatsburg is. Eten kan ook heel goed uit de koelkast.

Waarom zij zo hard werkt? Zonder veel nadenken volgt het antwoord meteen: ‘Omdat er nog zo veel te doen is.’

En dan is er nog die andere valkuil: ‘Ik ben nu negen jaar Europarlementariër. Ik beheers het vak en hoe beter dat gaat, des te meer je in een uur kunt en des te meer anderen van je vragen. Dan groeit het werk. En omdat ik door ervaring steeds efficiënter word, neem ik nog wat werk aan. Totdat er opeens niks meer bij kan.’

Is dit een reden dat u zich niet beschikbaar stelt voor nog eens vijf jaar Europarlement?

‘Als Europarlementariër heb je elke vijf jaar automatisch een herijkingspunt en ik zie mezelf dit niet nog eens vijf jaar doen. Ik merk ook dat het moeilijker wordt mijzelf te motiveren. Als ik in dit vak een sabbatical van een jaar had kunnen nemen, had ik dat gedaan. Wat ik doe, vind ik namelijk erg leuk en ik kan het ook goed. Rationeel ben ik er al een tijdje dat ik stop, emotioneel heeft het wat langer geduurd. Ik heb een jaar gedubd, want het is heel tof werk, waarin je bovendien invloedrijk bent. ’

Wat nu?

‘Ik ga doen waarvoor ik in alle drukte geen tijd heb: bezinnen. Daar hoort bij dat ik met mijn moeder op vakantie ga en een lange wandeling maak. En misschien ergens stage lopen. Ik zou best bij een niet-gouvernementele organisatie aan de gang willen gaan, want maatschappelijke betrokkenheid is een rode draad in mijn leven. Ik ben opgevoed met het idee dat je wel nuttig moet zijn. Dat zit er diep in. Als kind van een onderwijzer heb ik ook meegekregen dat je altijd moet kijken hoe het met de groep gaat. En ik wil weer eens een tijdje op de fiets naar mijn werk kunnen gaan. Ja, daar zie ik naar uit.’

Waar bent u trots op? Is de steun voor uw Hongarije-rapport de kers op de taart?

‘Natuurlijk ben ik blij dat het Europees Parlement dat rapport heeft aangenomen, maar ik ben er ook trots op dat door mijn inspanningen een Europese richtlijn tegen het witwassen van crimineel geld is aangenomen. Er was veel tegenwerking – ook van regeringen in EU-lidstaten – en het is me tóch gelukt. Heel tevreden kijk ik eveneens terug op wetgeving tegen handel in conflictmineralen; de grondstoffen waarmee oorlogen worden gefinancierd. Ik heb deze drie successen stuk voor stuk voor de poorten van de hel weggesleept en elke keer zeiden mensen: ‘‘Dat gaat die Sargentini nóóit lukken.’’ Maar ik redde het wél.’

Politiek inzicht, dat hielp. Maar er was meer. Sargentini zegt het nog één keer: ‘Gewoon hard werken.’ ◆ einde aan politieke loopbaan

Judith Sargentini werd op 13 maart 1974 geboren in Amsterdam. Ze groeide op in de wijk Buitenveldert.

Na de Montessorischool studeerde Sargentini geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam.

Na haar afstuderen in 1999 werd Sargentini duoraadslid voor GroenLinks in Amsterdam. In 2006 werd ze fractievoorzitter.

In 2009 werd Sargentini voor GroenLinks gekozen in het Europees Parlement en in 2014 volgde een herverkiezing. Afgelopen najaar maakte Sargentini bekend zich bij de verkiezingen van komend voorjaar niet herkiesbaar te stellen.

Sargentini woont samen met haar vriend in Amsterdam. Ze hebben geen kinderen.

‘Buiten de stad vinden ze me een viswijf’

PAROOL-interview door Marcel Wiegman, 20 oktober 2018.

GroenLinkser Judith Sargentini (44) triomfeerde tegen Viktor Orbán, de sterke man van Hongarije, en werd volksvijand nummer één van de Oost-Europeanen. Na 10 jaar in de Amsterdamse gemeenteraad en 10 jaar in het Europarlement is het even genoeg. ‘Eerst maar eens een stukje wandelen.’

Judith Sargentini Beeld Hanna Snijder

Op haar telefoon laat Judith Sargentini een foto zien van een demonstrant in Boedapest. Köszönjük Sargentini staat er op het grote rode bord dat hij in de lucht steekt – bedankt Sargentini. Dat maakt veel goed.

Ze tuurt bedroefd naar het schermpje. “Naar Hongarije hoef ik de komende jaren niet op vakantie,” zegt ze zacht.

Tien jaar lang vertegenwoordigde Sargentini haar partij GroenLinks in de Amsterdamse gemeenteraad, maar haar grote triomf viert ze in Europa.

In het Europarlement werd ze vorige maand toegejuicht, nadat ze twee derde van haar collega’s had weten te scharen achter een strafprocedure tegen de autoritaire Hongaarse premier Viktor Orbán.

Ongekend, zelfs de christendemocraten, die met Orbáns Fideszpartij in één fractie zitten, steunden Sargentini. De beschuldigingen liegen er dan ook niet om: de Hongaarse regering lapt de democratie en de rechtsstaat aan haar laars.

Corruptie heerst, de persvrijheid en de onafhankelijke rechter staan onder druk, terwijl Orbán zich bezondigt aan het organiseren van xenofobe en antisemitische campagnes.

Voor het eerst trekt het Europarlement een streep in het zand.

Maar er is een keerzijde: op de Hongaarse televisie verschijnt nog dagelijks haar beeltenis als erkend vijand van het Hongaarse volk, samen met die van de Joodse Amerikaans-Hongaarse filantroop George Soros en die van Guy Verhofstadt.

“Ongegeneerde Postbus-51-spotjes,” zegt Sargentini. “Onafhankelijke journalisten in Hongarije hebben uitgezocht dat de regering van Orbán er 18 miljoen euro voor heeft uitgetrokken. In werkelijkheid is het alvast een Fideszcampagne voor de Europese verkiezingen van volgend jaar.”

Kranten in Hongarije publiceren het ene na het andere verhaal over de Amsterdamse parlementariër, soms wel vijftien artikelen per dag. Gefundenes Fressen: dat ze zou worden betaald door miljardair Soros – haar verslag over de toestand in Hongarije wordt inmiddels het Soros/Sargentini-rapport genoemd.

Dat ze slechts uit is op wraak omdat het land geen migranten wil toelaten. Dat ze haar studie niet eens heeft afgemaakt.

Met een sip gezicht: “Potverdrie, dat heb ik wél. Ik ben een keurige historicus.”

Voelt u zich bedreigd?
“Het zijn de voorlichters van de regering die dit soort leugens verzinnen. Die houden het nog een beetje netjes, maar uiteindelijk kom je terecht bij het trollenleger en dan komt er van alles.”

“Pas had iemand bedacht dat Judith een Joodse naam is. Dus dan ben je opeens een Joodse hoer die door haar knieën geschoten moet worden. In het parlement liep er beveiliging mee, zolang er journalisten uit Hongarije in het pand waren. Geen Europees land zo agressief als Hongarije.”

Heeft u Orbán nog gesproken?
“Hij had zichzelf uitgenodigd in het parlement, maar kwam pas binnen met zijn gevolg toen we al begonnen waren. Het was een spel. Het was intimidatie. Ik dacht: dat kan ik ook.”

“Na afloop stond er een heel rijtje extreemrechtse parlementariërs klaar voor een selfiemomentje met Orbán. Ik heb me naar voren gedrongen om hem zichtbaar de hand te schudden.”

Ik zie dat u daarvan geniet.
“Het ging met trillende benen, maar als hij zich had afgewend, had ik ook gewonnen.”

Philippe Lamberts, duo-voorzitter van De Groenen in het parlement, zei: vroeger was Orbán mijn held.
“Vroeger was Orbán een veelbelovende, jonge, actieve, liberale leider die het opnam tegen de communisten. Zijn opleiding is door Soros betaald, heel grappig. Ik heb Soros trouwens nooit ontmoet hè. Voordat iemand daar weer over…”

Hoe heeft Orbán zo kunnen ontsporen?
“Ik denk dat het hem vooral om de centen gaat, maar ik wil het niet persoonlijk maken. Het gaat over een regering die zich niet aan democratische standaarden houdt.”

Sargentini is een telg uit een oude Amsterdamse familie. Zesde generatie. Journalist Dick Schaap schreef vijftien jaar geleden de familiekroniek Figuristi Sargentini, waarin hij de weg terugvond naar Giovanni Domenico Sargentini, een Italiaanse gipsgieter uit Bozzano, die zich in de tweede helft van de negentiende eeuw vestigde in de Jordaan.

Judith Sargentini Beeld Hanna Snijder

“Domenico had twee zonen,” zegt ze. “Petrus en Johannes. Toen zijn vrouw overleed, nam Petrus de benen naar Leeuwarden en gingen zijn kinderen naar het weeshuis. Dat is mijn kant van de familie: de zwarte schapen.”

“Eén van de kinderen van Petrus is Dirk, de vader van mijn opa. Aan de andere kant, de kant van Johannes, zit het succes. Dat zijn die loodgieters die je door de stad ziet rijden. Daar zit bijvoorbeeld ook de stadsbouwmeester tussen die de Sandbergvleugel van het Stedelijk Museum heeft ontworpen.”

Giovanni Domenico integreerde zo goed, schreef Schaap, dat bij zijn naasten het vermoeden rees dat hij iets te verbergen had.
“Dat boek was een eyeopener. Ik had me mijn afkomst nooit zo gerealiseerd, ook al omdat ik eruitzie zoals ik eruitzie. Mijn opa, die brouwmeester was bij de Amstel Brouwerij, kon je nog wel voor Italiaan verslijten, maar mijn vader had dezelfde blonde krullen als ik.”

“Mijn moeder vertelde wel dat ze in de jaren zeventig briefjes schreef om aan een woning te komen en zich in allerlei bochten wrong om de huisbaas te overtuigen dat hij echt te maken had met een familie van gezonde witte Nederlanders. Haar ouders hadden een kruidenierswinkel in de Surinamepleinbuurt.”

Hadden Italianen zo’n slechte naam?
“Blijkbaar. Toen ik nog in de Amsterdamse gemeenteraad zat, werd ik aangesproken door Gonny van Oudenallen van Mokum Mobiel, die het had over messentrekkende Italianen.”

“Ik snapte helemaal niet dat dat over mij ging, maar Thijs Reuten van de PvdA, wiens vader Italiaans is en die er nog heel dicht op zijn afkomst staat, ontplofte bijkans. Hahaha.”

“Nou ja, zo nu en dan is het best handig. Als je voor het eerst met mij afspreekt mis je me omdat je naar een ander type zoekt, maar als je het eenmaal doorhebt, vergeet je dat meisje met die niet-sporende achternaam niet meer.”

Voelt u uw lange Amsterdamse familiegeschiedenis?
“Je kunt aan me horen dat ik Amsterdams ben. Buiten de stad vinden de mensen dat geen beschaafd accent. Die vinden mij een viswijf. Ik heb een stevig geluid. Laten we wel wezen: ik ben een kleine vrouw met een schelle stem.”

In het debat sta je dan bij voorbaat met 0-1 achter.
“Zeker als ik me kwaad maak.”

Heeft u daar weleens wat aan proberen te doen?
“Qua stemtraining? Ik heb allerlei trainingen gedaan, maar die niet. Er zijn grenzen. Mensen moeten er maar aan wennen dat vrouwen gewoon een hoger stemgeluid hebben en dat emotie op een andere manier doorkomt dan bij mannen.”

U stond in de Amsterdamse Stopera niet bepaald bekend om uw subtiliteit.
“Ja zeg, ik was 25 toen ik daar begon. Ik ben nu 44, ik heb in de tussentijd echt wel geleerd dat je niet overal meteen bovenop moet springen. Achter de schermen ben ik altijd enorm effectief geweest.”

U bent van de school: ik zal het u nog één keer uitleggen, ook als iemand het gewoon oneens is met u.
“En?”

Heeft u dat van uw vader, onderwijzer en oud-directeur van de Theo Thijssenschool?
“Eerder van mijn moeder. Die heeft het hart op de tong.”

In 2015 kreeg u het nogal voor de kiezen vanwege een tweet waarin u stelde dat het hysterisch was om te veronderstellen dat IS-strijders op vluchtelingenbootjes naar Europa komen.
“Ik had het woord hysterisch niet moeten gebruiken.”

Maar verder staat u er nog wel achter?
“De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding zei zelf: jongens het is niet zo.”

Later bleek het wel zo te zijn.
“Maar toen niet. Waar het mij om ging, was dat werd gesuggereerd dat die boten vol zaten met terroristen. De manier waarop ik het opschreef, was alleen niet handig.”

“Blijkbaar had ik mezelf niet scherp genoeg in de hand en wilde ik een keer iemand lik op stuk geven: hou eens op met je vreemdelingenhaat.”

U bent in Europa vicevoorzitter van de commissie voor terrorismebestrijding.
“Dat ben ik pas sinds vorig jaar. Maar kijk: van Mohammed Bouyeri, die Theo van Gogh vermoordde, tot aan de aanslagplegers op het Joods Historisch Museum in Brussel en die op de boulevard van Nice, het waren allemaal daders met een Europees paspoort of een langdurige verblijfsvergunning.”

“Je kunt schijnveiligheid organiseren door al je tijd en geld te besteden aan het plaatsen van hekken langs de grens, maar beter is het om ons de vraag te stellen: hoe komt het dat mensen die hier zijn geboren of al heel lang wonen tot zulke actie overgaan?”

“Als het gaat om asiel en migratie moeten we ook eens ophouden het probleem te versimpelen tot een gat in de grens. Daar gaat het helemaal niet om. Die mensen komen om een reden.”

“Verschrikkelijk frustrerend, maar als Europarlementariër kan ik alleen nog proberen de pijnlijkste stukjes van het vluchtelingenbeleid een heel klein beetje te verzachten.”

Op televisie was te zien hoe u na het Hongarijedebat wat ongemakkelijk een staande ovatie van het parlement in ontvangst nam.
“Je kunt toch moeilijk je armen in de lucht steken.”

Vond u het moeilijk uzelf in de plooi te houden?
“Veel mensen vonden dat ik mezelf niet in de plooi heb gehouden. Ik heb alleen even mijn hoofd in mijn handen gelegd, maar ik heb me onvoldoende gerealiseerd dat die camera voortdurend op mijn smoel stond.”

“Sommigen vonden het niet netjes dat het parlement zich zo liet gaan. Ik vond het juist goed voor al die Hongaren die blij zijn met wat is gebeurd.”

Hongarije en Polen, waartegen ook een procedure loopt, hebben aangekondigd dat ze elkaar straks in de Europese Raad met een veto steunen om strafmaatregelen tegen te houden.
“Dat weten we al heel lang.”

Maakt u dat niet cynisch?
“Moet ik nu zeggen: het heeft toch geen zin?”

U heeft aangekondigd na deze periode te vertrekken.
“Maar dat is niet omdat ik niets zou hebben bereikt, want ik weet namelijk heel goed wat ik wél heb bereikt. Ik heb heel aardige wetgeving over conflictmineralen voor elkaar gekregen, mineralen die worden gebruikt om oorlogen mee te financieren. En daarna heel mooie wetgeving tegen witwassen.”

“Mijn punt is: ik heb straks tien jaar in het Europarlement gezeten en daarvoor tien jaar in de gemeenteraad. Je moet wel een beetje fris blijven. Het gebeurt me iets te vaak dat ik denk: hebben we al geprobeerd, werkt niet. Ik kan het op routine nog heel lang volhouden, maar verzin ik dan nog iets nieuws? Neem ik nog een initiatief?”

Ziet u het vaak: politici die te lang blijven?
“Er zijn er veel die zich het schompes werken, maar ik denk in Brussel ook wel bij sommige politici: het is maar goed dat je ver van huis bent, want dan hoeft niet iedereen te zien hoe je de kantjes ervanaf loopt.”

“Ik zag het mezelf gewoon niet nog eens vijf jaar doen. Het is nogal een ritme. Ik ben al negen jaar door de week van huis weg en vaak ook in het weekend.”

“In Brussel leid ik een erg simpel bestaan: ik werk tot laat door, dan haal ik wat Tupperware uit de vriezer en ga ik op tijd naar bed.”

Dat klinkt wel heel treurig.
“Nee hoor, zo hou ik mezelf gezond. Het is heel aantrekkelijk om elke avond met anderen in een restaurant te zitten met een wijntje en een trijntje, maar als ik dat doe, kom ik op donderdagavond thuis bij mijn vriend en zeg ik het hele weekend geen boe of bah meer. Dat is niet leuk.”

Werkt u niet gewoon te hard?
“Het is nog maar tot juli.”

Heeft u er veel voor moeten laten?
“Ik zie mensen te weinig, maar ze pikken veel van me. Dat is fijn.”

U heeft geen kinderen.
“Daar heb ik nooit zo’n behoefte aan gehad. Maar dat het hard werken is, dat klopt wel. Misschien is dat ook wel een reden om te denken: nu even wat anders, nu iets meer voor mezelf gaan leven.”

Verlangt u weleens terug naar de Amsterdamse gemeenteraad?
“Ik denk er altijd aan als ik door de stad fiets. Dan zie ik die lelijke bult op de opera en denk: trekkenwand! De decorwanden hangen daarin. Dat moest moderner. We hebben daar als gemeente allejezus veel geld in gestopt.”

“Wist je dat er in Amsterdam nog steeds Sargentinibanen zijn? Ja, man. Toen in Den Haag de gesubsidieerde Melkert­banen werden opgeheven, hebben wij er hier tachtig gered in de culturele en welzijnssector.”

“Pas toen ik weg was, kwam ik erachter dat de sociale dienst die tot Sargentinibanen heeft gedoopt. Ik kom soms nog mensen tegen die zeggen: mevrouw Sargentini, ik heb uw baan.”

Uw broer vertelde dat uw ouders u al naar demonstraties meenamen toen hij vijf was en u zeven.
“Vredesdemonstraties op Woensdrecht, de grote antikernwapendemonstratie van 1981 op het Museumplein in Amsterdam. We zijn er maar even geweest, want mijn moeder was een weekendje weg met vriendinnen en mijn vader wilde nog naar het natuurvriendenhuis in Wijk aan Zee. Die ging niet het hele weekend thuis zitten met ons als mijn moeder op stap was.”

Nee, hij sleepte u mee naar linkse demonstraties.
“Nou en? Een kind gaat toch gewoon mee naar waar hij mee naartoe wordt genomen? Wat is daar mis mee? Ik had hele leuke ouders die overal een avontuur van maakten.”

“In de jaren tachtig demonstreerden we voor beter onderwijs. Als andere kinderen een dagje vrij hadden omdat er werd gestaakt, stond ik op het Malieveld voor een demonstratie van de onderwijsbond.”

Boos?
“Helemaal niet. Ik moest op zondag ook mee met mijn moeder naar de handbalclub. Dat vond ik een stuk vervelender. Het had niet zo’n ideologische lading. Zij gingen erheen en wat doe je dan met de kinderen? Die neem je mee. Zo werkte dat.”

“Wij waren ook niet hardcore. Wij gingen naar demonstraties waar zo’n beetje heel Nederland heen ging als je een warm kloppend links hart had. Heel gezellig. Ik zat zelf bij de Nivon. Leuk: weekendjes weg, kampvuurtjes stoken en debatteren. Zo rolde ik in de politiek.”

Hoe kwam uw vader zo links?
“Geen idee, ik kan het hem niet meer vragen, want hij is twee jaar geleden overleden. Van zijn vader had hij het niet. Hij was bewust, lid van Natuurmonumenten, Greenpeace, Wees Wijs met de Waddenzee. Wij hadden thuis geen auto. Wij gingen met rugzakjes op in het openbaar vervoer.”

“Als we naar familie gingen op Ooltgensplaat op Goeree-Overflakkee, gingen we vanuit Buitenveldert, waar wij woonden, eerst naar CS, dan namen we de trein naar Rotterdam en daar de metro naar Zuidplein om vervolgens een bus te pakken naar de plaats van bestemming.”

“Is dat zielig? Bij andere mensen kregen de kinderen ook vaker priklimonade. Daar kom je als kind best overheen, hahaha. Andere kinderen gingen op vakantie met de klapcaravan, wij vlogen naar Noorwegen.”

“Wij deden spannende dingen, zaten in het buitenland in de trein of strandden ergens in the middle of nowhere en moesten dan met het hele gezin liften omdat de bus toch niet kwam.”

Wat gaat de toekomst brengen als u straks het parlement verlaat?
“Dat weet ik niet. Eerst maar eens een stuk wandelen.”

Alleen niet in Hongarije.
“Nee, dat nog even niet.”

Beeld Hanna Snijder

Judith Sargentini
13 maart 1974, Amsterdam

1978-1986 Twaalfde Montessorischool, Amsterdam
1986-1992 Spinozalyceum (gymnasium), Amsterdam
1992-1999 Studie geschiedenis Universiteit van Amsterdam
1991-1992 Bestuurslid Dwars (jongeren­organisatie GroenLinks) en daarvoor actief bij de PSJG (jongerenorganisatie PSP)
1995-1996 Secretaris van de Landelijke Studenten Vakbond
1999-2009 (Duo-)gemeenteraadslid Amsterdam (vanaf 2006 fractievoorzitter) voor GroenLinks
2000-2007 Nederlands Instituut voor Zuidelijk Afrika
2007-2009 Consultant voor Eurostep
2009-heden Lid van het Europees Parlement (2009-2013 voorzitter GroenLinksfractie)
2018 Rapporteur over Hongarije voor het Europees Parlement

Judith Sargentini woont samen in Amsterdam-Centrum

Een nog jonge Judith Sargentini Beeld –