Tussen grensbewaking en toekomstdromen

Blog #1 voor OneWorld, 25 februari 2018.

Pakt de EU met het huidige beleid de grondoorzaken van migratie daadwerkelijk aan? In haar eerste blog voor Movement houdt Europarlementariër Judith Sargentini ons met een kritische blik op de hoogte van nieuwe ontwikkelingen op het gebied van migratiebeleid.

In november 2017 was ik voor de EU-Afrika top in Abidjan, de hoofdstad van Ivoorkust. Een top als deze, met regeringsleiders van beide continenten, herijkt de relatie voor de komende jaren. Afrikaanse en Europese regeringsleiders bespreken tijdens deze top de samenwerking tussen de Afrikaanse Unie en de Europese Unie. Officieel was het thema: investeren in de jeugd en een toekomstperspectief bieden voor jongeren. Maar waar het echt om draaide was migratie, het onderwerp dat de relatie tussen de EU en Afrika de laatste jaren beheerst.

Europese regeringsleiders kwamen eigenlijk vooral praten over het tegenhouden van migranten, de Afrikaanse regeringsleiders over de ontwikkeling van hun landen. Die twee belangen lijken te botsen, maar zijn wel met elkaar te verenigen: jonge vrouwen en mannen die erop vertrouwen dat ze in eigen land een toekomst kunnen opbouwen, zijn minder geneigd te vertrekken. Maar hoe kun je een leven opbouwen als je niet naar school kan? Als je nooit weet of je morgen ergens geld kunt verdienen? Wanneer je geen gezin durft te stichten omdat je het niet kunt onderhouden? Als je wel een opleiding hebt, maar geen steekpenningen om aan een baan te komen? Kansenarmoede is een van de oorzaken van migratie. En root causes of migration is nou net het nieuwe buzzword in het Europese migratiebeleid. Het aanpakken van de grondoorzaken dus. Behalve over armoede en ongelijkheid, hebben we het dan over conflicten, corruptie en falende rechtsstaten die mensen dwingen hun heil elders te zoeken.

Terwijl de Europese en Afrikaanse leiders op de AU-EU top druk onderhandelden hoe ze de korte- en langetermijnbelangen met elkaar in overeenstemming konden brengen, landde een vliegtuig op Abidjan International. Het was de allereerste chartervlucht van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM), vol met Ivorianen die uit de vreemdelingengevangenissen van Libië kwamen. Op hen wachtten geen diplomatieke konvooien en prettige hotellobby’s. Vaak wachtte er helemaal niemand op hen. De eerste week na hun aankomst in Ivoorkust worden ze opgevangen door de IOM, daarna moeten ze het zelf zien te rooien. Deze re-integratie van de Ivorianen wordt gefinancierd door het Noodfonds voor Afrika van de EU.

De berichten over geweld en mishandeling in detentiekampen en mensen die als slaaf worden verhandeld in Libië hebben uitgebreid in de kranten gestaan. Deze mensen hadden dat meegemaakt. Een paar dagen na hun terugkomst sprak ik een aantal van hen. Ze waren er slecht aan toe, opgelucht – natuurlijk – dat ze veilig waren, maar ook verslagen omdat ze terug bij af zijn. Een jonge vrouw vertelt dat ze met haar peutertje een half jaar in detentie heeft gezeten in Libië. Haar man heeft eerder de oversteek naar Italië gemaakt en wacht daar op hen. Ze is uitgeput en weet niet hoe het nu verder moet.

Tussen de terugkeerders zaten ook jonge mensen met een academische opleiding die een tijd in Tunesië hadden gewerkt. In Europa leeft nog wel eens het beeld dat elke dag genoeg te eten en een plek om te slapen voldoende is om migratie te stoppen, maar de stedelijke jeugd in Afrika volgt het nieuws en weet wat er in de wereld te koop is. Zij hebben dezelfde toekomstdromen als wij: over persoonlijke ontwikkeling, een beetje comfort en een perspectief. Om dat te bereiken zijn ze bereid door de hel te gaan.

Lidstaten en de Europese Unie verscherpen ondertussen de grensbewaking en noemen een gat in de grens een grondoorzaak van migratie. En dus trainen we de Libische kustwacht en douaniers in landen als Tsjaad en Niger om migranten tegen te houden. Alleen: daarmee zorg je misschien dat mensen niet in Europa aankomen, maar niet dat ze niet vertrekken.

Het echt aanpakken van de grondoorzaken van migratie vergt naast ontwikkelingsbeleid ook aanpassingen in ons Europees beleid, en het levert niet van vandaag op morgen resultaat. Je hebt niet zomaar een functionerende rechtsstaat opgetuigd en je bevolking zoveel vertrouwen in de toekomst gegeven, dat ze de vaak ingesleten migratiegewoonten opgeven.

Afrikaanse en Europese leiders staan voor de taak deze jonge Afrikanen kansen te bieden. En dat vergt daadwerkelijke duurzame ontwikkeling. Duurzaam is het volgens mij alleen als een samenleving eerlijker wordt, minder corrupt en veerkrachtiger. Wanneer die gelijke rechten voor mannen en vrouwen biedt en gelijke kansen voor burgers, ook zonder kruiwagen of steekpenning. Duurzame ontwikkeling vereist ook dat noord en zuid gelijke kansen krijgen: door eerlijkere handels- en investeringsverdragen, door te stoppen met foute belastingconstructies, door Europese bedrijven verantwoordelijk te houden voor misstanden in de productieketen, óók als die buiten de EU plaatsvinden. Op deze gebieden is nog veel werk te verzetten, maar daarover later meer. Als we dat allemaal zouden doen, en we houden dictators en corrupte regimes niet de hand boven het hoofd, nemen de toekomstkansen in Afrikaanse landen echt toe.

Laat migratie en ontwikkkeling samengaan

Opinie in Trouw, Judith Sargentini, 29 november 2017. Geld voor ontwikkeling lijkt vooral te gaan naar grensbewaking in plaats van armoedebestrijding. Laten we het anders doen, zegt Judith Sargentini, Europarlementariër voor GroenLinks.

Een Afrikaans meisje op een schommel in een detentiecentrum in de Libische hoofdstad Tripoli. Beeld AFP

Deze week komen Europese en Afrikaanse regeringsleiders bijeen in Abidjan, Ivoorkust, om te praten over de relatie tussen beide continenten. Afrika hoopt op echte hulp om de eigen economie in de vaart der volkeren mee te krijgen, Europa hoopt migratie tegen te kunnen gaan. Het toverwoord: de aanpak van ‘root causes of migration’, de redenen waarom mensen vluchten. Een nobel streven, maar het lijkt erop dat we geld voor ontwikkeling vooral steken in grensbewaking in plaats van armoedebestrijding.

De cijfers over 2016 laten zien dat er minder ontwikkelingsbudget gaat naar landen in Afrika bezuiden de Sahara en de minst ontwikkelde landen. Zo heeft ook Nederland in het nieuwe regeerakkoord ‘Vertrouwen in de toekomst’ de verhoging van het ontwikkelingsbudget ingezet voor meer opvang van vluchtelingen ‘in de regio’ en aanvullende projecten in Libanon, Jordanië en Irak.

Op bezoek in Dankuku, Gambia, viel het me op dat er nauwelijks jongens en mannen waren. Ik vroeg aan de wel aanwezige vrouwen wie er familie in Europa had. Zeven van de acht vrouwen staken haar hand op. Een van hen vertelde dat haar oudste zoon zojuist in Libië was aangekomen. Taking the back way, de achterdeur nemen, noemen ze dat. Omdat werk ontbreekt voor jongens en mannen is migreren een middel om aan een uitzichtloze situatie te ontsnappen. Blijven is voor losers. Om die mentaliteit te veranderen heeft Gambia banen nodig.

Grensbewaking

Het Afrika-noodfonds kan daarbij helpen. Het werd eind 2015 opgezet om grondoorzaken van migratie aan te pakken en bijna volledig gefinancierd uit de begroting ontwikkelingssamenwerking: geld bedoeld voor armoedebestrijding. Een deel van de projecten is gericht op migratiemanagement, lees: grensbewaking.

Je kunt je afvragen of het trainen en uitrusten van grenswachten de redenen dat mensen huis en haard verlaten wegneemt. Een hek houdt migranten en vluchtelingen niet tegen, maar is een reden voor mensensmokkelaars om meer geld te vragen voor andere, vaak gevaarlijkere routes. We horen steeds meer berichten over groepjes mannen en vrouwen, die in de woestijn van Niger worden achtergelaten omdat de smokkelaar onraad ruikt.

In Libië traint de EU, met geld uit het Afrika-noodfonds, de kustwacht. Ik was onlangs in die regio op bezoek. De Libische kustwacht haalt mensen van boten en uit zee. Dat gaat niet zachtzinnig, zo vertelde een kolonel van die kustwacht, die bij hoge uitzondering bereid was ons te woord te staan. Schieten in de lucht en slaan met tuinslangen zijn methodes die gebruikt worden om mensen ‘rustig’ te houden. Kapiteins die zich daar schuldig aan maken worden gestraft, maar het toont aan van hoe ver de kustwacht komt. Ze hebben, diplomatiek gezegd, een ander idee van crowd control dan wij.

Natuurlijk moet Libië de mensen redden in zijn eigen wateren, maar Europa heeft een ander belang. Een drenkeling die gered wordt door een schip dat vaart onder Europese vlag mag niet teruggebracht worden naar de Libische kust, onze wetten verbieden het hem terug te sturen naar een onveilige plek. Schepen onder Libische vlag vallen onder de Libische wet en dan mag het wel. Het gevolg? Op de kade in Tripoli staat de Department for Combating Illegal Migration, de Libische IND, COA en vreemdelingenpolitie ineen. Die brengt je naar een vreemdelingengevangenis. Het is er onbeschrijflijk smerig, vrouwen worden verkracht, mensen sterven zelfs van de honger, maar in Europa neemt volgens de statistieken de migratie af.

Hebben we daarmee werkelijk wat gedaan aan de grondoorzaken van migratie? Nee, natuurlijk niet. Met projecten zoals het versterken van de Libische kustwacht of het aanleggen van biometrische systemen voor een bevolkingsregister en grensbewaking in de Sahel , maak je migratie moeilijker, maar doe je niets aan het bestrijden van jeugdwerkloosheid.

Anderhalf jaar na de oprichting van het noodfonds is het zaak dat de balans niet doorslaat naar het inzetten van ontwikkelingsgeld voor de eenzijdige migratie-prioriteiten van de EU. We dreigen anders steeds verder af te dwalen van het aanpakken van de oorzaken van migratie: armoede, ongelijkheid, jeugdwerkloosheid, slecht bestuur, droogte enzovoort.

Migratie is van alle tijden. Ontwikkelingsprojecten die zich richten op het aanpakken van de oorzaken van migratie kunnen nooit het enige middel zijn om migratie te reguleren. Als we mensensmokkel en irreguliere migratie willen tegengaan, dan zullen we ook moeten inzetten op legale alternatieven voor de gevaarlijke reis naar Europa. Een ruimhartig hervestigingsbeleid voor vluchtelingen is hier een onderdeel van. Maar ook studentenvisa en het opvangen van tekorten op de Europese arbeidsmarkt.

De EU erkent dit ook. Plannen voor legale migratie en mobiliteit zijn genoemd als een van de prioriteiten van het Afrika-noodfonds, maar vooralsnog niet uitgewerkt. De politieke wil voor legale migratie lijkt te ontbreken.

Gelijkwaardig

Het kan anders. Laat migratie en ontwikkeling hand in hand gaan door van je partnerlanden een gelijkwaardige partner te maken: we helpen met het opbouwen van echte democratieën, eerlijke handel wordt de norm, we investeren grootschalig in Afrikaanse bedrijven die hun jongeren werk geven, we zijn scheutiger met legale toegang tot onze arbeidsmarkt, studenten en ondernemers krijgen visa voor Europa als ze die nodig hebben, en wij besteden onze ontwikkelingsfondsen aan die mensen die het het hardst nodig hebben. Uiteraard zijn deals met dictators uit den boze.

Als we in Abidjan laten zien dat we niet uit zijn op snel en eenzijdig gewin, wordt het terugsturen van die mensen die niet in Europa mogen blijven, ook haalbaar, maar verwacht geen wonderen op de korte termijn. Zo krijgen we echt grip op de ‘root causes of migration’ en kan een volgende vluchtelingencrisis worden voorkomen.

The Anxieties That (Dis)Unite: Terrorism and the Forces of Integration

European Green Journal, volume 13, summer 2016. Interview with Judith Sargentini and Michael Berg

In a pattern mirroring the economic crisis, instead of supporting a collaborative European solution, many of the Member States’ governments opt for more expensive, complicated and nationalist responses to the threats they face. A discussion with Dutch MEP Judith Sargentini, and Michal Berg, Deputy Chairman of the Czech Green Party.

The Anxieties That (Dis)Unite: Terrorism and the Forces of Integration

Can we turn Europe’s common fear of terrorism into a force that brings about further integration? Can “no more fear” have the same effect as the promise of “no more war” did after World War II – when Europe’s nations transformed their deep mistrust of one another into a project of integration?

Judith Sargentini: Rationally, the current security threats should lead to more integration, not less. Many of the “home-grown” fighters who committed terrorist attacks in Europe were known to the security agencies. The person who carried out the attack on the Jewish Museum in Brussels in 2014 used to fight in Syria. The French security agencies knew that and the Germans did too. But nobody told the Belgians. The men behind the bombings in London were known to the authorities; the murderer of the filmmaker Theo van Gogh was tapped by the national security agency in the Netherlands, and still he was able commit his crime. So, from a rational point of view, I would say that national security is a concept that should be changed to European security, because as long as you call it national security, and as long as you keep all your rights and duties at the national level, you will not be able to organise inter-European cooperation.

The situation is very similar to the economic crisis, which was also supposed to lead to more Europe, and should have led us to the understanding that governance is not about state sovereignty anymore, but about the sovereignty of banks – as they are the ones in power today. But emotionally we see a completely different understanding of the issue: instead of trying to find a common European solution, we are mixing up terrorism with the refugee issue, and everyone is focused only on protecting their own country and their own borders from the perceived threat from outside, as well as from other Member States. And the real question is how to overcome that emotion and bring our politicians back to a rational view of dealing with the real threats.

Michal Berg: From a Central European perspective it is slightly different. We have been really lucky so far that we haven’t had a terrorist attack on the scale of those in Brussels or Paris. So the mental connection between terrorism and European integration is not so strong in Central Europe. People don’t perceive it as a real threat. But still they have this feeling that in the Schengen area terrorists can easily move to the Eastern Member States if they want to. So they associate Western Europe with the threat, and that makes them hostile towards the EU, even though there is no rational basis to that: why would terrorists want to move to the Eastern Member States and attack Europe from there? They already know that in the East the support for the European project is waning, and there is no need to attack Eastern Europe, because Eastern Europeans are quite capable of weakening their connection to Europe themselves, even without the external influence of terrorists.

Michal says that Central Europe is not under threat because terrorists see that those countries are already hostile towards Europe. Do you think it is a goal of terrorists to stop Europeanintegration?

JS: No, but every time we overreact to a terrorist attack, or every time we make a connection between Muslim refugees and terrorists, we are helping Daesh [1] in their fight against the openness of Western societies. We are putting restrictions on our liberal democratic states, and with that we are making people’s lives, especially European Muslims’, more difficult. It must be a joy for those behind the terrorist attacks to see these populist debates going on in Europe. In the Netherlands, the Parliament recently debated a ban on Salafist organisations, because terrorists are often Salafist-influenced. But that’s a flawed way of thinking: just because many terrorists took their inspiration from the Salafist tradition doesn’t mean that Salafism per se is violent. So if we are debating whether Salafism should be forbidden, we are also pushing away those Salafists who just have a very orthodox religion, but are not involved in criminal acts. Of course, I am not appreciative of Salafism: I don’t think it emancipates women, it doesn’t give people fair chances in life, and it doesn’t fit into the kind of inclusive society we want to share with each other, but they are not dangerous. But when we marginalise them we play into the hands of Daesh.

MB: And not only Daesh. If we restrict freedoms we will in a sense become indirect allies of Putin and his regime who see liberties as a threat to their survival. They believe that politically it is problematic to let people freely do, think and say what they want to. There is a rising support for Putinist parties in Hungary, the Czech Republic and Slovakia; many Central European governments look at Russia as an inspiration in their policies, and cooperate with a regime that is trying to undermine the democratic, national security, military and economic endeavours of Europe. We have already witnessed some Czech generals and other high-ranking officials getting involved with Russian intelligence services, which is really worrying. And I think intelligence service cooperation could be really helpful against both the Russian and the Islamist threats in Europe. This is way more effective than spending money on the demonstration of power, and on sending the military onto the streets, which makes some people feel less secure rather than reassuring them that the governments of Europe have the situation under control.

They are the kind of people who buy “Islam for Dummies” on Amazon. So I don’t think their radicalisation has to be explained by pointing to cultural or religious reasons alone. – J. Sargentini

Many Europeans (especially in the Eastern Member States) are afraid of the unknown – such as newcomers to our societies – and this plays into the hands of populists like Orbán, who claim to provide answers to their misgivings. How can we win support from them for integration?

JS: If you look at terrorism over the decades, we see a lot of home-grown terrorism, where not even the parents or grandparents of the terrorists were immigrants: terrorist groups like the IRA, RAF, ETA [2], and so on. We had a lot of terrorism motivated by right-wing or left-wing politics. Now it is religiously motivated; but here again we need to be aware that the young men from Molenbeek, in Brussels, who did the last attacks were still drinking, smoking, doing drugs a few weeks before and they religiously radicalised overnight. They are the kind of people who buy “Islam for Dummies” on Amazon. So I don’t think their radicalisation has to be explained by pointing to cultural or religious reasons alone.

I know this won’t make the problem easier to understand for someone living in a small village in Eastern Europe, but we need to be aware that this issue is rather complicated. You have to explain it to people by looking, among others, at class issues, the discrimination of people, their chances in life, and so on. I don’t want to leave Islam out of the debate, but it is just not the sole issue. Secondly, refugees are forced to come to Europe via irregular routes, because there is no other way for them to flee those unbearable conditions back home or in the refugee camps, and if there are irregular routes it becomes inevitable that jihadists and criminals can use them as well. But this wouldn’t be the case if we had a way to allow people in need to enter Europe in an organised way, in which we could have conducted security checks, and so on.

The former President of Germany, Christian Wolf, famously said that Islam was part of Germany. And in the same way, we can argue that it is part of Europe as well. But if it is part of Europe, can’t it be criticised and scrutinised the same way as Christianity?

JS: In my country we are much more critical of Islam than of Christianity. In the Netherlands we have a “Bible belt” where in certain villages you can’t withdraw money from a cash machine on Sundays, where families still have nine to ten children, where women and girls are not allowed to wear pants, and the orthodox Christian party does not allow women on their party lists – and that is unjustly seen as folklore. But Islam is judged more harshly.

MB: On the example of the Vietnamese community in the Czech Republic we can see that integration per se can work even in Central Europe: Vietnamese people run successful businesses, their children go to universities, and they live side-by-side with the Czechs without a problem. Therefore, even in the case of Islam, religion and cultural values are only secondary questions. The major question is where the money comes from, whether these societies will have to pay for integration themselves, and how it is going to affect their welfare systems. Some, especially older people and people from the countryside in Central and Eastern European countries, already feel like losers of the transition processes of the 90s, and they are afraid that the newcomers will take away from them the rest of what they possess. To some extent it is similar to the issue of Central Europe’s Roma populations, where the local politicians always complain that they don’t have enough money to integrate the Roma, or to build decent houses for them. And they see the refugees as an additional burden that adds to this situation.

JS: But even in the case of populist politicians like Hungary’s Viktor Orbán, the issue of anti-refugee propaganda is not about whether or not the refugees can be integrated or whether they are perceived as a threat by the government, but about the fact that the country cannot deliver on its promises for economic growth, so Orbán just wants to distract the attention of the voters. And the same stands for Marine Le Pen in France or Geert Wilders in the Netherlands.

In the West, people are afraid that this way of living might not last forever, while in the East, they think that they will never be able to reach this standard of living. – M. Berg

How did we get to this situation in which national interests and the short-term populist goals of some Member States seem to trump the interests of the EU?

JS: I think it was always so, to some extent. A good example is the fact that we introduced the Euro, but did not integrate into a political union. We did start to integrate on environmental laws, and partly on labour laws, but not on foreign policy. We also did not want banks to be controlled at the European level. I think the Central European Member States have the feeling that they just got back their independence in the 90s, and now they are reluctant to sacrifice part of it again to a supranational entity. With the last economic crisis it became even worse, with major job losses and current efforts from governments to cut their social spending as a reaction to economic hardships.

MB: Slovakia and the Czech Republic have not been influenced by the crisis, so economically we have no reason to complain about the European Union. I think here the main driver was our former president, Vaclav Klaus, who was both anti-European and anti-environment. His opinions had a great influence on Czech public opinion: today we are the EU country with the greatest percentage of people denying climate change for example. And now with the refugee crisis many political parties and politicians saw, based on Klaus’ popular anti-Europeanism, an opportunity to make some political gains based on the refugee issue.

Judith said at the beginning that in many cases there is a quite obvious rational choice for many of our problems. Nevertheless, the leaders of our countries go with an emotionaland rather irrational choice. Why? Where do these feelings come from?

MB: I think lots of people just feel that the world is changing too fast, and they don’t really understand what is going on, and what is influencing their lives. So they are constantly looking for new, convincing explanations: sometimes it’s the economy, sometimes the EU, and sometimes the refugees. In the West, people are afraid that this way of living might not last forever, while in the East, they think that they will never be able to reach this standard of living. And we just need to look at the disenfranchised youth of Spain or other Southern Member States: they are already in this situation.

JS: That’s true. In Spain and Greece, the youth unemployment is huge, but the response to the problem did not lead to increased populism – instead, they brought to life Syriza and Podemos. I think in most of Europe, we are trying to cover up our economic issues with this irrationalism, and I partly blame politicians for this. We are not looking for the right solution even if that fits our political goal. For example, in this case, the Dutch government is not supporting a European solution – fair share – on the refugee issue, even though it knows that that would mean less refugees for the Netherlands. If the Europeans shared the burden, it would be much easier and cheaper to deal with this issue. But we are not willing to.

This seems to imply that Europeans don’t trust each other.

JS: If that’s the answer then the EU is doomed. And with that issue of mistrust we are back where we were with the first question: I’d say having a different approach on the issue of security could help us with European integration, but for that we need a different definition of security. There is no such thing as national security anymore, or at least there shouldn’t be. Whether you close your borders or not, criminals and terrorists will move over borders. You need to act together, you need a European answer to fight them.

[1] Daesh is the Arabic language acronym for the Islamic State of Iraq and Syria (ISIS)

[2] Irish Republican Army, Rote Armee Fraktion (Red Army Faction or Baader-Meinhof Group), and Euskadi Ta Askatasuna (Basque Country and Freedom)

Procedurele rechten in strafzaken: wederzijds vertrouwen is een schadelijk principe

Sargentini in “De invloed van de Europese Unie op het strafrecht” – Landelijke Strafrechtsdag 2016. door P.A.M. Verrest, S. Struijk, Boom Juridis h

De invloed van de Europese Unie op het strafrecht

Deze bundel bevat lezingen en andere bijdragen aan de Landelijke Strafrechtsdag 2016, die op 27 mei 2016 werd georganiseerd door de sectie strafrecht van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Deze Landelijke Strafrechtsdag was geheel gewijd aan ‘De invloed van de Europese Unie op ons strafrecht’. Nederland was op het moment van de Landelijke Strafrechtsdag voor een halfjaar voorzitter van de Europese Unie. Dat leek de organisatie een goede reden om stil te staan bij de Europese invloed op ons strafrecht, strafprocesrecht en onze strafrechtelijke samenwerking met andere lidstaten. Welke vraagstukken spelen er in de Europese Unie? Waarover wordt in Brussel onderhandeld? Welke gevolgen hebben nieuwe EU-instrumenten voor ons recht? Voor welke onderwerpen zou Nederland zelf in Brussel aandacht moeten vragen?

‘Leven en laten leven’, Green Values, Religion & Secularism.

Bureau de Helling, Erica Meijers, 25 december 2015

Interview met Judith Sargentini

Het hangt samen met haar Amsterdams-katholieke achtergrond dat Europarlementariër voor GroenLinks Judith Sargentini graag voor pragmatische oplossingen kiest. Ze staat bekend als een vrouw met een stevige mening, maar die is, zeker wat betreft religie, niet gebaseerd op rechtlijnige principes. Emancipatie is het sleutelwoord.

Wat heb je van huis uit meegekregen als het gaat om levensbeschouwing of religie?
Ik heet niet voor niets Sargentini; mijn vader heeft Italiaanse voorouders, al is dat lang geleden. De ouders van mijn moeder kwamen uit Beverwijk, een katholieke enclave in Noord-Holland. Ik ben wat je noemt, ‘Amsterdams katholiek’ opgevoed. Dat houdt in dat we niet naar de kerk gingen en er verder ook weinig aan deden. Toen ik geboren werd, ging mijn vader mij aangeven bij de burgerlijke stand. De ambtenaar zei: jullie zijn beide katholiek, zie ik. Zal ik uw dochter als katholiek inschrijven? Mijn vader zei: Nou, nee bespaart u mij dat!  Mijn ouders hebben zich vervolgens beide uit de kerk laten uitschrijven. Maar in de vakanties gingen we wel kerk-in en kerk-uit. We hadden ook een kerststalletje, dus er zat nog wel een laagje katholieke cultuur overheen.
Mijn vader is onderwijzer en geheelonthouder. Ik zou hem een humanist noemen, al doet hij dat zelf niet. We waren als gezin lid van het Nivon, de vereniging van natuurvrienden. Daarbij gaat het niet alleen om liefde voor de natuur, maar ook om de zorg voor elkaar en een bepaalde ondernemende geest. Mijn ouders hebben altijd veel vrijwilligerswerk gedaan, dus links-socialistische waarden heb ik ook wel meegenomen.

Heeft je achtergrond consequenties als het gaat om je opstelling in politieke kwesties rondom religie?
Ik denk dat het er bij mij voor gezorgd heeft dat ik graag naar pragmatische oplossingen kijk. In de gemeenteraad in Amsterdam ging het eens over schoolzwemmen. Een aantal islamitische scholen wilden graag dat hun jongens en meisjes gescheiden zouden zwemmen. Dat is duurder en dat was een punt, maar er waren ook collega’s die principieel tegen gescheiden schoolzwemmen waren. Dat werd op het scherpst van de snede uitgevochten, terwijl ik dacht: ‘waar gaat dit om?’ We willen dat kinderen niet verzuipen. Ze moeten dus leren zwemmen. Dat is misschien wel vrijzinnig Amsterdams katholiek: laten we het een beetje plooien jongens. Wat heb je er aan als je uit naam van de emancipatie een principieel debat voert en tegelijkertijd de meiden de kans ontneemt om te leren zwemmen? Die verdrinken dan in de zomer in de Sloterplas.

Laten we nog even stilstaan bij het onderwijs. Steeds weer speelt in het debat de spanning tussen de vrijheid van onderwijs, de vrijheid van religie en het ideaal van emancipatie en gelijke kansen.
Ik ben heel erg strikt met openbaar onderwijs opgevoed. Ik heb geen moeite met bijzondere scholen wanneer die naast openbaar geld niet ook nog kerkelijk geld ontvangen. Als je het financieel gelijk trekt en ervoor zorgt dat het curriculum ook op orde is, vind ik het prima. Maar je moet ook zeggen: gelijke monniken gelijke kappen. Want katholieke en protestantse scholen werden als de normaalste zaak van de wereld gezien, en daarnaast waren ook Jenaplanscholen, vrije scholen enzovoort geaccepteerd. Zelf heb ik op de openbare montessori school gezeten. Maar toen moslims ontdekten dat ze ook eigen scholen konden oprichten, was de boot aan. Dat vind ik onterecht, al word ik niet blij van een islamitische school met veel te jonge meisjes die al een hoofddoekje dragen.
We hebben relletjes gehad over meisjes in nikaab die de pabo deden en stage wilden lopen in de kinderopvang. Dat hoort bij de opleiding. Maar ik denk dat de kans vrij klein is dat je de pabo doorloopt en dan zelf een eigen klas gaat runnen in nikaab. Als je eenmaal zover bent dat je voor de klas gaat staan, denk ik dat je in je eigen leven ook een volgende stap hebt gemaakt en dus geen nikaab of boerka meer zal dragen. Dat is dan mijn westerse interpretatie van emancipatie, maar ik denk het toch. Een goede onderwijzer heeft een redelijke flexibele geest, want die moet met veel kinderen met diverse achtergronden omgaan. En de pabo is toch een emancipatoire opleiding: hij is goed toegankelijk voor jongeren uit de lagere klassen. Mijn vader is ook als arbeidersjongen naar de kweekschool gegaan. Dat was een emancipatieslag. Daarom denk ik dat we zeker meer hoofddoeken gaan krijgen op scholen, zeker op de openbare. En dan denk ik dat die hoofddoek steeds frivoler wordt.

Hoever mag de inmenging van de staat in het onderwijs gaan? Er is een openbaar belang, maar we zeggen ook: je moet je als overheid zo min mogelijk met de opvoeding bemoeien. Dat is het domein van de ouders.
Dat is de Nederlandse insteek. In Frankrijk denken ze daar misschien wel anders over.  In Nederland is na de schoolstrijd in de 19e en 20e eeuw en na de emancipatie een precair evenwicht ontstaan. Artikel 23 is daar het resultaat van. Ik vind dat wel mooi, want je kunt gewoon niet altijd heldere, principiële keuzes maken. Polderen en soms ook pappen en nat houden. Ook daar heb ik wellicht het laissez-faire katholicisme van mijn ouders overgenomen. Levensbeschouwing en religie spelen nu eenmaal een rol, dus dat kun je beter in goede banen leiden. Maar ik denk dat de wens van ouders om hun kinderen op een zeer geprononceerde religieuze school te doen, uitsterft.  

Ik hoor in jouw visie op emancipatie de traditioneel linkse secularisatie these doorklinken: religie sterft uiteindelijk uit dankzij modernisering. Klopt dat?
Ja, dat denk ik wel. Religie hoeft van mij niet uit te sterven, als het een vorm krijgt die in onze samenleving past. Een bijvoorbeeld daarvan vind ik de protestantse diaconie in Amsterdam en het Wereldhuis. Zij vangen mensen zonder papieren en daklozen op, overigens vlak naast de chique Hermitage. Vrouwen hebben daar een belangrijke positie, ook in het pastoraat, en homo’s krijgen een plek. Er is een uitstraling van leven en laten leven. Ik denk dat bij een voortgaande emancipatie steeds meer mensen zo’n vorm van religie vinden. Prima als er nog mensen zijn die dat anders willen en doen, zolang ze mij dan ook maar mijn leven laten leiden. 

Tijd voor een definitie. Wat versta je onder religie?
Het is een hoger idee over een groter goed – waarvan ik denk dat het er niet is – waar je inspiratie uit haalt voor je levensroute. Maar ik zou het makkelijk kunnen vervangen door humanisme of door een set van afspraken die mensen onder elkaar gemaakt hebben om het samenleven in banen te leiden.

Dan is religie voor jou dus vooral een idee, en niet zozeer een praktijk met rituelen en gewoontes?
Inderdaad. Die rituele kant heeft toch iets te maken met het zoeken naar vastigheid in een samenleving waarin je je bedreigd voelt. Daarover heb ik inderdaad de ouderwetse socialistische gedachte, dat die praktijk voor veel mensen zal slijten naarmate ze er sociaaleconomisch beter voorstaan.  Individuele vormen van religie zie ik niet zo snel uitsterven, maar wel de vormen die gebaseerd zijn op regels over wat je wel of niet mag eten en of je iets op je hoofd moet dragen of niet. Ik denk en ik wil ook dat die zullen vervlakken.

Zou je willen dat religie puur een innerlijke aangelegenheid wordt, zonder zichtbare uitingsvormen?
Jij stelt het heel scherp. Terwijl ik er ook geen moeite mee heb als mensen met een keppeltje, een kruisje of een hoofdoek rondlopen. Ik waardeer wel de moderne Iraanse vorm het meest, waarbij nog veel haar zichtbaar is. Hoe minder je van een vrouw ziet, hoe storender ik het vind. Maar ik vind niet dat je het moeten verbieden. Daarmee gaan de gedachtes van die vrouw namelijk toch niet weg. Waar het me eigenlijk om gaat is: hoe krijg je iemand uit de groepsdruk, zodat hij of zij zijn eigen vrije keuzes kan maken. 

Het gaat je uiteindelijk om de vrijheid van het individu.
Ja. Ik kom heel veel in Afrika en ik ken de ’ik ben omdat wij zijn’ gedachte natuurlijk. Toch kan ik daar niet helemaal in meegaan, want voor degene die onderin de gemeenschap zit, pakt dat vaak niet goed uit.

Hoe kijk je naar het publieke debat over religie?
In Nederland zijn we gewend aan fundamentalistische christenen. We vinden ze misschien gestoord, maar we zien ze als een ongevaarlijk soort prehistorisch overblijfsel. Maar islamitische jongens met baarden zien we wel als een probleem. Dus gaat het uiteindelijk toch om de islam. Dan kunnen we opeens geen onderscheid meer maken tussen orthodox-religieus of fundamentalistisch enerzijds en gevaarlijk en gewelddadig anderzijds. Als we een jongen zien met een lange baard en een djellaba denken we meteen: die zal dan ook wel op jihad gaan.  

Sluit die ‘wij’ ook de groene partijen in?
De reacties in de groene groep in het Europese parlement op de aanslag bij Charlie Hebdo in januari 2015 deden mij denken aan de reacties in Nederland na de moord op Van Gogh in 2004. Ten eerste wilde men extremisten keihard aanpakken en ten tweede op zoek gaan naar oorzaken. Toen we sprekers zochten voor een conferentie over radicalisering, kwamen mijn collega’s met ‘leuke lieve moslims’ die uitleggen dat hun islam heus wel deugt. Dat stelde me enorm teleur. We hebben de conferentie afgeblazen, want als wij het debat gaan versimpelen tot ‘er zijn heus wel aardige moslims die heel frivool in hun religie staan’ – in feite de overgrote meerderheid – dan doen we mee met het spel ‘islam is gevaarlijk’. 
Dat geldt voor het publieke debat als geheel: we reageren op extremistisch geweld met een discussie over de Europese islam en over hoofddoekjes. En daardoor zetten we mensen in een hoek. Dat vind ik erg triest.  De vraag zou moeten zijn: wat maakt dat mensen radicaliseren? En dan gaat het om echt serieuze onderwerpen, zoals de relatie tussen extremisme, armoede en ontwikkeling.

Vind je dat de groene partijen zich niet verder bezig moeten houden met religie, behalve wanneer er sprake is van radicalisering en extremisme? En moeten we ons dan voornamelijk richten op sociaaleconomische aspecten?
Ja, maar we moeten religie wel accepteren als de motivatie van veel mensen om het juiste te doen. Ik ben niet geïnteresseerd in het rechtstreeks veranderen van religie, want dat gebeurt wel vanzelf of niet, maar we moeten het wel over de uitwassen hebben. Zaken als kruisbeelden in scholen of wel of geen moskeeën bouwen interesseren mij niet zo. De overheid heeft  natuurlijk in de openbare ruimte vele manieren om een religie te helpen of tegen te werken. Wat mij betreft houden we er rekening mee dat religie voor mensen van belang is om hun leven in te richten.

Heb je, om een zinvol debat over radicalisering te voeren, niet meer kennis van religieuze achtergronden nodig? Zie je op dit terrein huiswerk voor de groene partijen? 
Mijn conclusie is dat een heleboel groene politici in het dagelijks leven toch in een zeer Europees- christelijke omgeving functioneren. Er zijn genoeg politici, ook groene, die christelijk zijn en dat ook in hun werk laten merken. Daar heeft niemand moeite mee. Maar het wachten is op de eerste moslima met een hoofdoek in het Europese Parlement. Wat dat betreft is een gemeenteraad van een grote stad een betere plek voor dit soort discussies, want daar heb je heel direct te maken met een interculturele context.
Het is de vraag of het in zo’n omgeving als het Europese Parlement helpt om mensen bij te spijkeren over de fundamenten van de islam. Ik weet het niet. Zou het helpen om mensen bij te spijkeren over de christelijke tien geboden om te begrijpen waarom mensen naar een zwarte-kousen-kerk gaan? Van kennis van kerkgeschiedenis zie ik als historica natuurlijk wel het belang, maar toch is mij opgevallen dat extremisten vaak op elkaar lijken. Ik moet zelf ook altijd op een spiekbriefje kijken om de soennieten en de sjiieten uit elkaar te houden, maar toch kan ik best begrijpen waarom jonge mannen radicaliseren. Waar veel jonge mannen zijn, in slechte economische omstandigheden, zonder perspectief, gaat het fout.
Misschien is het wel zo dat we wel denken dat we heel seculier zijn, maar dat we allemaal ons christelijke rugzakje mee sjouwen en eigenlijk gewoon geen feeling meer hebben met religie. Maar heb je dat wel, dan begrijp je misschien nog steeds niet waarom die jongens gaan vechten.
Hoe we verder moeten met dit debat weet ik niet goed. In elk geval kunnen we op aanslagen als die in Parijs niet reageren met een debat over de Europese islam, al helemaal niet als dat in de praktijk een debat is over hoofddoeken. Dat is geen effectief middel om radicalisering tegen te gaan.
Blijf in elk geval niet op je eigen eilandje zitten waar je precies weet wat recht is en wat krom. 

Green Values, Religion and Secularism

Conversations with European Politicians and Activists

In this publication, Green politicians from different European contexts reflect on the way their own religious or secular values influence their political attitude; the role of religion in the public forum; conflicts between fundamental rights, such as the freedom of religion and the principle of sexual and gender equality; the role of Islam in Europe and the question whether religion is a source of inspiration or an obstacle for Green politics.

Bezweer de grondstoffenvloek

in De Helling, grondstoffenpolitiek, nr 3, herfst 2015. Maria van der Heide en Judith Sargentini.

Grondstoffen brengen in ontwikkelingslanden vaker ongelijkheid en conflict dan welvaart en vrede. Maar de schatten in de bodem laten is voor de meeste landen geen optie. Wat is nodig voor een eerlijke winning van de natuurlijke rijkdom?

Een klein land aan zee vindt voor de kust een enorme olievoorraad. Een oliebonanza ligt in het verschiet. Met in het achterhoofd de gedachte dat de inkomsten uit het zwarte goud maar van tijdelijke aard zijn, besluit de regering van het land om de oliebaten te beleggen in een fonds. Hieruit worden investeringen in een kenniseconomie betaald, zodat ook toekomstige generaties profiteren van de grondstoffenvondst. De inkomsten en uitgaven van de regering zijn openbaar beschikbaar en worden vastgesteld door het parlement. Zo zou het kunnen gaan.

Maar het loopt vaak heel anders….

Verder lezen…

‘Dijsselbloem frustreert het aanpakken van witwassers’

Volkskrant OPINIE – Judith Sargentini en Jesse Klaver, 13 maart 2014

In de strijd tegen belastingontwijking vindt GroenLinks de Nederlandse regering tegenover zich, schrijven Judith Sargentini en Jesse Klaver van GroenLinks. ‘In de Raad van Ministers pleit Minister Dijsselbloem actief voor geheimzinnigheid in plaats van voor transparantie.’

Beeld anp

Het Nederlandse fiscale vestigingsklimaat en de geheimzinnigheid rondom brievenbusfirma’s faciliteren ongewenste activiteiten zoals belastingontwijking, maar ook ronduit criminele activiteiten zoals belastingontduiking, corruptie en fraude. Het Europees Parlement heeft deze week ingestemd met het voorstel van GroenLinks om een register van uiteindelijke belanghebbenden in te stellen. Dit zou een einde kunnen maken aan het schimmige systeem dat criminelen en belastingontwijkers in staat stelt hun geld veilig te stellen. In de Raad van Ministers pleit Minister Dijsselbloem echter actief tegen zo’n register; hij pleit voor geheimzinnigheid in plaats van voor transparantie.

De overeenkomst tussen belastingontwijking en -ontduiking, corruptie en fraude is dat er veelal gebruik wordt gemaakt van ingewikkelde bedrijfsstructuren en brievenbusfirma’s. Op die manier proberen criminelen hun identiteit te verschuilen en de afkomst van hun geld te verdoezelen.

Faciliteren
De Nederlandse regering faciliteert dit actief door het gunstige belastingklimaat en de steun die zij biedt aan de consultancy- en belastingadviessector. Een voorbeeld hiervan is het feit dat trustkantoren op de Nederlandse ambassade in Oekraïne de rijken van dat land wegwijs mochten maken over hoe ze gebruik kunnen maken van de belastingvoordelen die Nederland te bieden heeft. Vragen van GroenLinks hierover werden door minister Dijsselbloem van de hand gewezen. Het behoorde volgens hem tot de taak van de ambassade om dit soort voorlichting te geven.

In Nederland wordt niet alleen de identiteit van eigenaren in nevelen gehuld. Ook als het gaat om belastingafspraken tussen grote multinationals en de Nederlandse staat is het geheimzinnigheid troef.
Resultaat van dit beleid is dat Nederland op grote schaal wordt gebruikt door grote en nog grotere boeven om zwart geld door te sluizen en belasting te ontwijken. Zo had Kadhafi een brievenbusfirma in Nederland en heeft de zoon van de verdreven Oekraïense president Janoekovitsj waarschijnlijk via Nederland geld weggesluisd.

In Nederland wordt niet alleen de identiteit van eigenaren in nevelen gehuld. Ook als het gaat om belastingafspraken tussen grote multinationals en de Nederlandse staat is het geheimzinnigheid troef

Minister Dijsselbloem Beeld anp

16 miljard
Het is onbegrijpelijk dat de Nederlandse regering geheimzinnigheid verkiest boven transparantie en inzicht in wie wat bezit. Vorige week werd bekend dat er 16 miljard euro per jaar in Nederland wordt witgewassen. Wanneer komt Dijsselbloem tot inkeer en ziet hij in dat deze sector niet iets is om trots op te zijn?

Het Europees Parlement geeft haar steun aan openbare registers van uiteindelijke belanghebbenden. Deze registers zijn een belangrijke stap in de aanpak van witwassen, belastingontduiking en -ontwijking. Ze geven belasting- en opsporingsdiensten inzicht in bedrijfsstructuren en de uiteindelijke eigenaren van bedrijven en brievenbusfirma’s. Hiermee wordt het mensen die hun crimineel geld willen witwassen onmogelijk gemaakt om zich te verschuilen achter ingewikkelde bedrijfsstructuren en brievenbusfirma’s.

Zelfreinigend vermogen
Wanneer bovendien deze informatie publiek toegankelijk is, zal het zelfreinigend vermogen van de samenleving groter zijn. Naming and shaming zal ertoe leiden dat bedrijven zich genoodzaakt voelen hun zaakjes op orde te hebben. Ook ngo’s en onderzoeksjournalisten zullen dankzij de toegang tot het register onderzoek kunnen doen en daarmee zaken aan het licht brengen die anders onopgemerkt zouden blijven. Dan is het nieuws niet of Janoekovitsj geld heeft weggesluisd, maar dat hij geld heeft weggesluisd. En toch zegt minister Dijsselbloem tegen de Tweede Kamer dat hij niet van plan is zich actief in te zetten voor meer transparantie en het inzichtelijk maken van uiteindelijke belanghebbenden.

In de Kamer wordt schande gesproken over de welvaart van leiders als Janoekovitsj, maar zolang de Nederlandse regering zich in de Raad van Ministers verzet tegen een openbaar register van uiteindelijke belanghebbenden, maken we het hun gemakkelijk om die rijkdom te vergaren. Dijsselbloem moet niet de branche van belastingadviseurs en consultants beschermen, maar het algemeen belang. Uiteindelijk levert dat de schatkist ook veel meer op.

Judith Sargentini is lid van het Europees Parlement voor GroenLinks.
Jesse Klaver is lid van de Tweede Kamer voor GroenLinks.

Vorige week werd bekend dat er 16 miljard euro per jaar in Nederland wordt witgewassen. Wanneer komt Dijsselbloem tot inkeer en ziet hij in dat deze sector niet iets is om trots op te zijn?

Bedankt GroenLinksleden!

Dank aan de leden van GroenLinks die mij zo vol overtuiging op plek 2 voor de Europese lijst stemden. Ik ben er heel blij mee.

131214 congres europese lijstGefeliciteerd ook Bas Eickhout, Mattias Gijsbertsen, Isabelle Diks, Lara de Brito, Gert-Jan Krabbendam, Daphne Dertien, Jeroni Vergeer, Truuske Smits, Toine van de Ven en Guliz Tomruk-Kisi.

En nu campagne voeren!

kandidatencommissie draagt Judith voor op 2!

373514_296489277060163_254904988_nDe kandidatencommissie van GroenLinks, onder leiding van Nel van Dijk, draagt mij voor op plek 2 van de Europese lijst. Daar ben ik heel blij mee.

Dit is wat Nel en haar collegae over mij schrijven :

Judith is een zeer gedreven, betrouwbare en loyale politicus. Zij is in staat om de politieke visie van GroenLinks te verbinden met maatschappelijke ontwikkelingen en met het politieke werk in het EP. Zij beschikt over strategisch inzicht, weet hoofd- van bijzaken te onderscheiden en speelt snel in op actuele ontwikkelingen. Zij heeft een duidelijk doel voor ogen en neemt geen blad voor de mond. Zij is scherp en direct en heeft in de afgelopen 5 jaar in het EP ook geleerd om tactvol te opereren als de situatie dat vraagt. Door de combinatie van scherpte en tact boekt zij resultaten in de onderhandelingen die zij voert in het EP. Zij is qua inhoudelijke expertise een goede aanvulling op de beoogde lijsttrekker en zij zal met hem een stevig team kunnen vormen. De commissie draagt Judith voor plaats 2 voor.

Klik hier om te zien wie mij steunen.

En hier om mijn sollicitatiebrief te lezen (scroll down).

Voor een eerlijke wereld: kies Judith op plek 2

fair_politician_klein_8Voor een eerlijke wereld: kies Judith op plek 2

Ik denk dat dit bepalende jaren zijn. De jaren waarvan we achteraf zullen vaststellen dat het toen gebeurde: de jaren die bepalen hoe de verhoudingen in de wereld zullen zijn. De jaren van crisis die een kans bleken te zijn om de dingen nu eens goed te veranderen.

Het zullen de jaren zijn waarin ik wil zorgen dat de wereld een stuk eerlijker en duurzamer wordt. Dat wil ik niet alleen in Nederland en ook niet alleen in Europa. De crisis van nu is immers niet een crisis van Europa alleen. Het is ook crisis in Tunesië, op het Tahrirplein in Caïro, in Syrië.

Ik wil me ook druk maken om de crisis elders. Om die in Afrika bijvoorbeeld, waar de armoede de afgelopen jaren amper afnam – ook al gebeurde dat in de rest van de wereld wel. Dus waar iedereen kijkt naar de banken in Europa wil ik doorgaan met werken aan een wereld waarin alle meisjes naar school gaan, vluchtelingen niet aangewezen zijn op een gammel bootje,  iedereen loon krijgt naar werken – ook in de textielfabrieken in Bangladesh en de tinmijnen van Congo, waar schoon water en vrede gewoon zijn.

Het is ook crisis in onze vrijheid. Nine-eleven is intussen 12 jaar geleden. Angst voor herhaling maakte dat veiligheidsdiensten in de VS en Europa vrij spel kregen om ons hele leven uit te pluizen en op te slaan. Vertrouwen in de overheid kan niet zonder respect voor digitale vrijheid en voor onze persoonlijke levenssfeer.

De afgelopen jaren heb ik me in het Europees Parlement hard gemaakt voor deze dingen: Internationale solidariteit, een menswaardige omgang met vluchtelingen en migranten, eerlijk handel, privacy, bescherming van het vrije woord en vrije verkiezingen.

In 2009 hebben de GroenLinks-leden mij gekozen als lijsttrekker. Toen beloofde ik me hiervoor in te zetten, en dat beloof ik nu opnieuw. Ik voel me als een vis in het water van het Europees Parlement.

Dit keer heb ik me niet beschikbaar gesteld voor het lijsttrekkerschap. Maar ik vraag u wel mij te kiezen op plek twee.